Heusden. Naaister. Verzetsgroep Geheim Leger. Inlichtingen. Koerier. Hulp aan onderduikers. Arrestatie zomer '44 voor hulp bij spectaculaire Gentse bevrijdingsactie van SOE-agent Albert Mélot. Julienne overleeft de oorlog en sterft in 2018. 96 jaar. Firmin en Julienne: Verbonden door het verzet Een aangrijpend verhaal over Firmin Lippens (°21 september 1919) en Julienne De Plu (°20 mei 1922) , die elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden via hun moedige inzet in het verzet en na jaren van gevaar, verlies en opoffering samen een nieuw leven opbouwden. Lang voordat ze elkaar werkelijk leerden kennen, waren beiden al afzonderlijk actief binnen het verzet. Elk op hun manier namen ze enorme risico’s en stelden ze hun leven in dienst van de strijd tegen de bezetter, binnen de verzetsgroep Le Héron. Toen de oorlog in 1940 uitbrak, was Firmin Lippens beroepssoldaat, gelegerd in de Leopoldskazerne. Zijn militaire achtergrond bracht hem al snel in nauwe betrokkenheid met het verzet. Hij raakte bevriend met Jean Duhamel, een sleutelfiguur binnen de regionale afdeling van Le Héron, actief in de zuidrand van Destelbergen en Gent. Samen trokken ze ’s nachts op pad voor gevaarlijke verzetsacties. Firmin stond bekend als een bekwame chauffeur en was bijzonder waardevol voor de groep, mede dankzij zijn rijvergunning. Hij nam ook deel aan verschillende geheime droppings van wapens en munitie door de geallieerden — nachtelijke operaties die nooit zonder risico waren. Jean Duhamel, werkzaam bij de onderhoudsdienst van de spoorwegen, leerde in Gentbrugge Simonne Verhelle kennen. Haar beste vriendin was Julienne De Plu uit Melle. De twee jonge vrouwen werkten als naaisters, maar werden al snel betrokken bij verzetsactiviteiten, vaak op vraag van Duhamel. Ze groeiden uit tot een onmisbare logistieke steun voor de verzetsgroep: ze verborgen wapens, verzamelden informatie en verkenden routes. Een van hun opmerkelijkste taken was het verwerken van parachutestof — afkomstig van droppings — tot kledij. Niet alleen moesten die parachutes verdwijnen om sporen uit te wissen, ze vormden ook een zeldzame bron van textiel in tijden van schaarste. In februari 1944 nemen Duhamel en Lippens deel aan een gevaarlijke operatie: een nachtelijke tocht van Melle naar Velzeke voor een nieuwe wapendropping. Het is een onheilspellende nacht. In de verte daveren de bombardementen op het station van Merelbeke. Te midden van dat geweld verschijnt toch het vliegtuig, laag vliegend in het duister. De dropping omvat veertien parachutes met levensmiddelen en twaalf containers vol wapens. Het bergen van de lading is een uitputtende klus, bemoeilijkt door een haperende vrachtwagen. Uiteindelijk slagen ze in hun opzet, mede doordat de Duitse troepen elders worden ingezet rond de bombardementen. De menselijke tol in Merelbeke is echter zwaar — iets wat pas later volledig duidelijk wordt. Een van de meest gedurfde acties van de groep is de voorbereiding van de bevrijding van Albert Mélot, een belangrijke verzetsman die gevangen zit. Dagenlang verkennen Julienne en Simonne het traject dat de wagen van de Geheime Feldpolizei aflegt tussen de gevangenis aan de Nieuwe Wandeling en het hoofdkwartier op de Kouter. Tijdens de uiteindelijke actie speelt Simonne een cruciale rol: zittend op een bankje op de Kouter geeft ze met haar zakdoek het afgesproken signaal. De bevrijding verloopt snel en doeltreffend, al worden er twee Duitse officieren gedood. De nasleep is zwaar. Door verraad komt de bezetter verschillende leden van het verzet op het spoor. Tientallen mensen worden opgepakt als vergelding. Charles Lebon en zijn huisgenoten in de Veerhoek worden gearresteerd, net als Simonne Verhelle en Julienne De Plu. Jean Duhamel en Firmin Lippens weten aan arrestatie te ontsnappen, maar vele anderen hebben minder geluk. Simonne Verhelle wordt gedeporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Ze overleeft de oorlog, maar bezwijkt in 1951 aan de gevolgen van foltering en ontbering. Julienne De Plu wordt, dankzij een alibi voor de dag van de actie, na veertien dagen gevangenschap vrijgelaten. Na de bevrijding vinden de vrienden elkaar terug. Het is via Jean Duhamel dat Firmin en Julienne elkaar uiteindelijk echt leren kennen. Wat begon in de schaduw van oorlog en verzet, groeit uit tot een gedeeld leven. Ze trouwen op 20 augustus 1946. Firmin Lippens overlijdt in 1991 en wordt begraven in Heusden. Julienne De Plu sterft in 2018 en wordt bijgezet in de familiekelder in Melle. Muurschildering: Jurgen Vantomme Bron tekst: Manu Debruyne