Vakbondsmensen behoorden tot de eerste slachtoffers van de nazistische bezetting, maar ook tot de eersten die in verzet kwamen. De Gentse socialistische vakbondspropagandist Gaston De Roo vervoegde verzetsgroep OMBR en zette zijn netwerk in om valse papieren te verspreiden en sabotageacties te ondersteunen. Hij werd gearresteerd, gedeporteerd naar Buchenwald en stierf op kerstdag 1944 in het concentratiekamp Dora-Mittelbau.
De Antwerpse christelijke vakbondssecretaris Pieter Obourdin verzette zich vanuit het Onafhankelijkheidsfront en het Bevrijdingsleger tegen de nazistische bezetter én tegen de door die bezetter opgelegde en collaborerende vakbond Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA). Hij hielp de sluikpers verspreiden, werd zwaar gefolterd en overleed op 37-jarige leeftijd in hetzelfde concentratiekamp Dora-Mittelbau.
De Roo en Obourdin stonden niet alleen. Honderden syndicalisten uit socialistische, christelijke en liberale vakbonden kozen voor verzet. Ze saboteerden de bezetter, verspreidden clandestiene kranten, hielpen onderduikers en verdedigden de vrijheid van vereniging toen die was afgeschaft. Waarom namen zij zulke enorme risico's? Wat dreef hen om, ondanks de dreiging van arrestatie, foltering en deportatie, toch weerstand te bieden?
Waarom deze lezing?
De geschiedenis van het Belgische verzet wordt vaak verteld aan de hand van militaire acties of gewapende verzetsgroepen. De bijdrage van syndicalisten blijft daarbij opvallend onderbelicht. Nochtans waren zij een onmisbare schakel in het verzet. Hun engagement toont hoe de strijd voor waardig werk, sociale rechtvaardigheid en solidariteit onlosmakelijk verbonden is met de verdediging van democratie en vrijheid. Deze lezing brengt de verhalen van moedige vakbondsmensen opnieuw tot leven en laat zien waarom hun keuzes vandaag nog altijd relevant zijn.