Het gesprek vindt plaats in het knusse, krakende bureau van Simon Gronowski in Elsene, waar de tijd stil bleef staan. Aan de wand hangen tal van oorkondes en oude tekeningen van rechters, zittingen en confraters. Hij vierde er vorig jaar nog zijn 70 jaar als advocaat aan de Brusselse balie. Wanneer Koenraad Tinel en zijn
partner Elisabeth Vandendaele aanbellen is de verwelkoming hartelijk, alsof ze elkaar in tijden niet hebben gezien. ‘Nochtans spreken en bellen we elkaar regelmatig,’ zeggen ze. Nog een knuffel en een kus.
Het scheppingsverhaal van dit broederschap is zonder meer uniek te noemen. Simon sprong in 1943 als elfjarig Joods jongetje uit een rijdende dodentrein richting Auschwitz-Birkenau. Hij wist miraculeus te overleven, in tegenstelling tot zijn moeder en zus, die in het concentratiekamp aan hun einde kwamen. Hij dook de rest van de oorlog onder bij de ouders van een vriend. Zijn vader stierf enkele weken na de wapenstilstand van ziekte en verdriet. Koenraad groeide dan weer op tussen Germaanse wimpels en Hitlerbustes. Zijn ene broer vervoegde de beruchte SS-troepen aan het Oostfront, zijn andere broer was kampbewaker in Breendonk en Kazerne Dossin, waar de kleine Simon zijn laatste dagen als kind doorbracht.
partner Elisabeth Vandendaele aanbellen is de verwelkoming hartelijk, alsof ze elkaar in tijden niet hebben gezien. ‘Nochtans spreken en bellen we elkaar regelmatig,’ zeggen ze. Nog een knuffel en een kus.
Het scheppingsverhaal van dit broederschap is zonder meer uniek te noemen. Simon sprong in 1943 als elfjarig Joods jongetje uit een rijdende dodentrein richting Auschwitz-Birkenau. Hij wist miraculeus te overleven, in tegenstelling tot zijn moeder en zus, die in het concentratiekamp aan hun einde kwamen. Hij dook de rest van de oorlog onder bij de ouders van een vriend. Zijn vader stierf enkele weken na de wapenstilstand van ziekte en verdriet. Koenraad groeide dan weer op tussen Germaanse wimpels en Hitlerbustes. Zijn ene broer vervoegde de beruchte SS-troepen aan het Oostfront, zijn andere broer was kampbewaker in Breendonk en Kazerne Dossin, waar de kleine Simon zijn laatste dagen als kind doorbracht.