Overlevenden van de Holocaust worden niet zelden getroffen door een schuldgevoel omdat zij het overleefd hebben en de anderen niet. Overkwam het jou ook, Simon?
Simon: ‘Neen. Het is mijn moeder die me op de trede van de wagon heeft gezet en me aanmoedigde om te springen. Zij heeft me twee keer het leven geschonken: bij de geboorte en in die trein. Het zou erg ongepast zijn om me ongelukkig of schuldig te voelen. Integendeel, ik heb de morele plicht om optimist te zijn en dit verhaal te blijven vertellen. Voor hen.’
Jullie hebben beiden een gezegendeleeftijd bereikt. Herinneren jullie je na zoveel jaar soms nog nieuwe dingen?
Koenraad: ‘Neen, maar mijn herinneringen worden wel rijker en vollediger door bijvoorbeeld de brieven van mijn moeder en mijn broer te herlezen. Daarom heb ik ook een nieuwe editie van Scheisseimer gemaakt. Geschiedenis herhaalt zich voortdurend op nieuwe manieren. Goed en kwaad: het ene kan niet bestaan zonder het andere. Het goede kan niet winnen, maar het kwade ook niet.’
Elisabeth: ‘Geschiedenis is levend erfgoed, het evolueert voortdurend. Daarom schenkt de nieuwe editie meer aandacht aan de rol van zijn moeder, of aan zijn Joodse pianolerares, Betty Galinsky, die ook vermoord werd in Auschwitz. Bruno De Wevers nieuwe inzichten over de Eerste Wereldoorlog hebben invloed. De zogenaamde discriminatie van de Vlaamse soldaat aan het IJzerfront? Dat was propaganda van het Verdinaso en werpt dus nieuw licht op de overtuigingen van zijn familie. Ook Simon heeft ontzettend veel geholpen in die verwerking.’
Simon: ‘We waren twee kleine jongens toen de oorlog begon. We zaten beiden bij de scouts. We hadden toen ook vrienden kunnen zijn. Onze pijn is niet te vergelijken, maar ik begrijp de zijne wel. Wie is ongelukkiger? De zoon van de schuldige, of de zoon van het slachtoffer? Er is geen antwoord.’
Wanneer we het interview afsluiten, verdwijnen Simon en Koenraad in een kort fluistergesprek dat de essentie van hun liefde en respect voor elkaar omvat.
‘Tu as un bon cœur,’ zegt Simon. ‘Je hebt een goed hart.’ ‘Grâce à toi, Simon,’ zegt Koenraad. ‘Dankzij jou.’