Grootvader met een knipoog
Hij heette Gustaaf Van Boeckel, maar iedereen noemde hem Stafke, en de kleinkinderen ‘de pappie’ met dat obligate lidwoord ervoor. Hij stierf toen ik drieëntwintig was, en tot op vandaag moet ik glimlachen als ik aan hem denk. Met oudjaar kregen wij van hem – verkleed als een vreemd figuur – de meest onfeestelijke cadeaus in een plastic zak gestopt. Die kregen we als we maar hard genoeg met die zak schudden en ondertussen ‘lakkeboem!’ riepen. Een oud schriftje van Solo, een balpen van Bic, een pot roomrijst van Boss, een pak soldatenkoeken en poepgelei: een schuilkeldervoorraad feitelijk, terwijl andere kinderen speelgoed kregen.
Tijdens onze familievakanties aan zee of in Spanje zat hij meestal ergens afgezonderd in de schaduw, met lange broek en dito mouwen. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat hij zijn vele littekens voor ons wilde verbergen. Ik heb altijd gedacht dat hij me dan als enige apart nam, om stiekem samen een dame blanche te gaan oplepelen, en dat dit iets unieks tussen hem en mij was. Pas als volwassene ontdekte ik dat hij die geheimzinnigheid ook met mijn zussen, neven en nichten had gedeeld. Dat ondergedokene, dat samenzweerderige heb ik pas kunnen duiden toen ik zijn oorlogsjaren en verzetsdaden ben gaan uitspitten. Ook de verbetenheid waarmee hij gemaakte beloften inloste, kon ik terugbrengen tot dat verleden. Hoe vaak zal hij bij zijn brute arrestatie en tijdens zijn helse jaren in de concentratiekampen niet gedacht hebben: Als ik vrijkom, Lievevrouwke, dan beloof ik dat ik ...
Zijn leven lang koos hij voor lichtvoetigheid, ondanks de gruwelijkheden die hij op het netvlies gehad moet hebben. Zijn leven lang overtuigde hij mensen om op bedevaart naar Lourdes te gaan en stak hen geld toe als ze het niet konden betalen. Hij zeulde er als brancardier zieken door de straten, langs de kruisweg en in de ziekenprocessie. Zijn leven lang verzweeg hij de naam van een vriend die zich van zijn slechtste kant had laten zien.
Tijdens onze familievakanties aan zee of in Spanje zat hij meestal ergens afgezonderd in de schaduw, met lange broek en dito mouwen. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat hij zijn vele littekens voor ons wilde verbergen. Ik heb altijd gedacht dat hij me dan als enige apart nam, om stiekem samen een dame blanche te gaan oplepelen, en dat dit iets unieks tussen hem en mij was. Pas als volwassene ontdekte ik dat hij die geheimzinnigheid ook met mijn zussen, neven en nichten had gedeeld. Dat ondergedokene, dat samenzweerderige heb ik pas kunnen duiden toen ik zijn oorlogsjaren en verzetsdaden ben gaan uitspitten. Ook de verbetenheid waarmee hij gemaakte beloften inloste, kon ik terugbrengen tot dat verleden. Hoe vaak zal hij bij zijn brute arrestatie en tijdens zijn helse jaren in de concentratiekampen niet gedacht hebben: Als ik vrijkom, Lievevrouwke, dan beloof ik dat ik ...
Zijn leven lang koos hij voor lichtvoetigheid, ondanks de gruwelijkheden die hij op het netvlies gehad moet hebben. Zijn leven lang overtuigde hij mensen om op bedevaart naar Lourdes te gaan en stak hen geld toe als ze het niet konden betalen. Hij zeulde er als brancardier zieken door de straten, langs de kruisweg en in de ziekenprocessie. Zijn leven lang verzweeg hij de naam van een vriend die zich van zijn slechtste kant had laten zien.