De man in kwestie heeft zitten lezen in het dagboek van André Gide - het enige boek dat hij bij zich heeft. Hij stuit op een zin die hem niet loslaat: Le rossignol aveugle ne chante pas par regret, mais par enthousiasme. De gevangen, blinde nachtegaal zingt beter dan zijn broers in vrijheid - niet uit wanhoop of spijt, maar uit dankbaarheid omdat hem nog één dag om te zingen is toegestaan. Die man is de filosoof, verzetsstrijder en ondergronds pamflettist Leopold Flam. Hij legt het boek neer en begint clandestien zijn eigen gedachten neer te schrijven.
Flam provoceerde graag en verzoenlijkte zelden. Zijn latere studenten aan de VUB noemden hem briljant en charismatisch, maar nooit makkelijk. Dat was hij trouwens al lang voor hij ooit een universiteitslokaal betrad. Na 432 dagen gevangenschap in Mechelen, Buchenwald en Hadmersleben was zijn eerste vraag niet: heb ik genoeg geleden? Maar: ben ik sterk genoeg voor wat nu komt?
Benny Madalijns, doctor in de Letteren en Wijsbegeerte, leerde Flam kennen als student aan de Vrije Universiteit Brussel in 1977. Sindsdien liet Flam hem niet meer los.
huisvandeMens Brussel ism OSB-VUB, Leopold Flam Kring