De verdwenen man over wie niemand sprak

Decennialang bleef Robert Claeys in onze familie vooral een naam. Een naam waar nauwelijks over gesproken werd, hoewel hij als verzetsman een hoge prijs betaalde: op 24 mei 1944 werd hij door de nazi’s onthoofd in Brandenburg. Pas veel later begon zijn kleindochter Vicky Claeys aan een zoektocht naar de man achter het stilzwijgen, en naar het verhaal dat generaties lang verborgen bleef.

Door Vicky Claeys - 16/09/2026
Helden van het verzet
Over Robert Claeys werd in onze familie nauwelijks gesproken. Toch werd mijn grootvader op 24 mei 1944 in Brandenburg onthoofd door de nazi's. Als kind vind ik een boek in een bruin foedraal met foto's van politieke gevangenen uit Knokke en van iets wat bijna een staatsbegrafenis lijkt. Verder niets. Ik hoor geen jeugdverhalen van mijn vader, noch van zijn broer en twee zussen. Er worden geen anekdotes verteld op de talrijke grote familiefeesten waar ook de vele broers en zussen van mijn grootvader aanwezig zijn. Ook over mijn grootmoeder wordt nauwelijks iets gezegd. Ik meen op te groeien zonder grootouders, maar vind dat als kind niet echt een gemis: want wat je niet kent, kan je niet missen. Ik heb nog een heel leven voor mij en de drang om mysteries op te lossen is er zeker (nog) niet.
"Ik groei op zonder grootouders, maar vind dat als kind niet echt een gemis. Want wat je niet kent, kan je niet missen." – Vicky Claeys

Een verzwegen familiegeschiedenis

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw duikt André Amys in het oorlogsverleden van mijn grootvader en probeert zoveel mogelijk getuigenissen te verzamelen. Hij is een bevoorrechte getuige, want hij is tijdens de oorlog getrouwd met Jacqueline, de oudste dochter van mijn grootvader. Samen met haar is hij de laatste die Robert Claeys levend heeft gezien. Het werk van André resulteert in meer dan honderd tapes, die intussen verloren zijn gegaan. Maar op basis van al die getuigenissen produceert hij twee gestencilde documenten: The Dinghy Story en Mudjik. Hij komt hiermee zelfs in de Zeewacht, nu Krant van West-Vlaanderen. Iedereen van de familie krijgt een exemplaar van zijn noeste arbeid en bij het lezen ervan wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt. Maar daar blijft het bij, want er is geen tijd. Ik heb een drukke baan, jonge kinderen en veel vrienden. Ik neem me wel voor dit stuk familiegeschiedenis niet verloren te laten gaan.
In 2016 ga ik met pensioen en wordt mijn kleinzoon Han geboren. Beide gebeurtenissen doen mij beseffen dat, als ik nu niet stilsta en iets onderneem, het trieste verhaal van mijn grootvader verloren zal gaan. Dus zet ik mij aan het werk. Ik verzamel documenten, medailles en brieven die verschillende ooms en tantes mij nalaten. Het is al bij al een mooi pakket, dat mij toelaat toch het een en ander te reconstrueren. Maar het geeft me nog altijd niet veel inzicht in wie Robert Claeys eigenlijk was als mens.
Intussen zijn er ook meer officiële documenten vrijgegeven en ga ik op zoek in de archieven. Een eerste bezoek aan CEGESOMA levert mij een dik dossier op met tal van documenten. Het is overweldigend, maar ook onoverzichtelijk, en je mag niets meenemen. Dus neem ik foto's van wat ik denk dat de belangrijkste stukken zijn. Later ga ik ook nog op een andere dienst oudere documenten opzoeken.

Op zoek naar Robert Claeys

En dat verandert de zaak, want het engagement van mijn grootvader begint niet met WO II, maar al in WO I. Hier ontdek ik dat hij op zeventienjarige leeftijd als vrijwilliger bij het leger gaat, zowat de vroegste leeftijd waarop dat kon. Hij dient bij het 4e Regiment Carabiniers. Hoe hij die oorlog als puber ervaren heeft, weten we niet, maar ik vermoed dat zijn haat tegen de Duitse bezetter daar vorm heeft gekregen en zijn latere handelen heeft bepaald.
Op 1 december 1918 ondertekent hij een document waarin hij kennis neemt van het Krijgswetboek. Dat verhindert niet dat hij op 3 januari 1935 door de boetstraffelijke rechtbank veroordeeld wordt tot het betalen van 184 frank of acht dagen arrest wegens smaad. Ik vind het spijtig dat niet vermeld wordt wat hij precies gedaan heeft, maar het doet me glimlachen: hij was duidelijk geen doetje en dat herken ik wel in andere familieleden.
Nu, bij het schrijven van dit artikel, zie ik in een document dat hij in 1927 en 1928 ook gedurende een korte periode in Schaarbeek en in Bressoux heeft gewoond, en daarna naar Knokke is teruggekeerd. Dat is eigenaardig. Ik heb altijd alleen geweten dat hij in Brugge geboren werd en in Knokke een garage had. Wat deed een garagehouder uit Knokke zo ver van huis?
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.

Een grootvader in het verzet

Bij verder onderzoek ontdek ik dat Bressoux een actieve verzetskern kende. Het was een belangrijk knooppunt voor gewapende acties en inlichtingenwerk van onder meer het Onafhankelijksfront en het Geheim Leger. Ook de bekende verzetsstrijder Walthère Dewé, stichter van de groep Clarence, was afkomstig uit die streek. Daardoor rijst bij mij het vermoeden dat het verblijf van mijn grootvader in Bressoux meer betekende dan een toevallige verhuizing. Of hij er contacten heeft gelegd die later van belang zouden zijn voor zijn verzetswerk, valt vandaag niet meer met zekerheid te achterhalen. Het doet mij ook beseffen dat mijn grootmoeder geweten moet hebben dat hij actief was in het verzet. Je kan toch niet zomaar een half jaar elders gaan wonen en je gezin achterlaten zonder enige uitleg?
In december 1939 passeert mijn grootvader bij het recruteringsbureau in Brugge. Als vader van vier kinderen krijgt hij vrijstelling en kan hij zijn normale leven als garagehouder in Knokke voortzetten, wat uiteraard ook een uitstekende dekmantel vormt voor verzetsactiviteiten. Of was hij belangrijker voor het verzet dan we vandaag weten? Heeft de Staatsveiligheid hierin een rol gespeeld? Feit is dat er een brief van 3 september 1945 bestaat waarin de Staatsveiligheid hem eert en zijn weduwe condoleert.
We weten dat hij zeer vaak naar Brugge ging, naar Garage Foubert, waar hij zijn wagens aankocht. Blijkbaar moest hij daar ook buiten de openingsuren zijn, want hij had een eigen sleutel. Het is ook daar dat hij werd opgepakt, en daarvan bestaat een getuigenis. Een buurvrouw heeft het zien gebeuren. Zij vertelde dat de Gestapo probeerde de poort in te beuken toen Robert niet onmiddellijk naar buiten kwam en dat hij vervolgens met grof geweld in een zwarte geblindeerde auto werd gesmeten.
Hij had ook ontmoetingen met Jan Guilini, een nationale zwemkampioen en verzetsman uit Blankenberge. Die vonden plaats in een achterafzaaltje van Café du Sport in Brugge, het café dat werd uitgebaat door de schoonouders van Jan Guilini.
De Duitsers hadden de garage van mijn grootvader in de Kustlaan in Knokke gevorderd. Hij moest er hun voertuigen laten herstellen en onderhouden. Volgens verschillende getuigenissen bood die positie hem tegelijk mogelijkheden om kleine sabotagedaden te plegen en brandstof te ontvreemden. Hij beschikte ook over een vrachtwagen met chauffeur die materiaal moest leveren voor de bouw van de Atlantikwall. Alle informatie die zo verzameld werd, gaf hij door aan Londen.
Helden van het verzet

De prijs van het engagement

In de inbeschuldigingstelling die na zijn arrestatie werd opgesteld, staat vermeld dat Guy Stinglhamber, leider van de Mudjik-groep, Robert Claeys gevraagd had een radiozender te bezorgen. Die moest dienen om gevoelige informatie door te sturen naar de Britse inlichtingendiensten. Claeys zou daarvoor contact hebben gehad met Edgard De Saedeleer uit Knokke, die hij allicht kende.
Edgard De Saedeleer, commandant van de Passieve Luchtbescherming, was van bij het begin actief in het verzet en was samen met anderen de drijvende kracht achter de Knokse sluikpers. In januari 1942 plaatste hij inderdaad een zendpost en begon hij berichten naar Engeland uit te zenden. Een maand na Robert Claeys werd ook hij door de Gestapo opgepakt en gefolterd. Hij stierf op 15 juli 1942.
Mijn grootvader werd echter niet vervolgd voor zijn betrokkenheid bij de ontsnapping naar Engeland van zijn oudste zoon Jacques, toen zeventien jaar oud. Die ontsnappingspoging, onder leiding van Bob Van der Veken, was bijzonder gevaarlijk. Toch slaagde de groep erin om in een reddingssloep roeiend de Noordzee over te steken. Na een zware tocht van meer dan dertig uur op zee werden vijf mensen door de Engelse kustwacht opgepikt: vier mannen en een vrouw.
De voorbereiding van deze ontsnapping was misschien nog spannender dan de tocht zelf. Alles gebeurde in Knokke, onder meer in Garage Dorchester van Robert Claeys, onder het oog van de Duitsers. Het oorspronkelijke vertrekpunt in Knokke bleek uiteindelijk niet haalbaar wegens het grote aantal Duitse posten en de toestand van de zee. Uiteindelijk viel de keuze op Blankenberge. Daar vroeg Robert Claeys zijn kompaan Jan Guilini om hulp. Jan woonde op de dijk en zorgde er uiteindelijk voor dat de vluchtelingen onopgemerkt konden afvaren.
Robert Claeys zag zijn zoon vertrekken, die niets wist van de rol die zijn vader had gespeeld. Jacques diende later op een mijnenveger bij de Royal Navy en bleef dat doen tot ver na het einde van de oorlog.

Twee schrijnende brieven

Van alle documenten die ik vond of erfde, behoren de twee brieven die mijn grootvader op 15 en 29 maart 1942 vanuit de gevangenis van Sint-Gillis aan zijn vrouw schreef tot de meest aangrijpende. Nog schrijnender is de noodkreet van mijn grootmoeder in een bijzonder emotionele brief van 14 mei 1942. Daarin schrijft ze dat ze al anderhalve maand niets meer van hem vernomen heeft.
Omdat hij beschuldigd wordt van spionage, wordt hij als politieke gevangene beschouwd en krijgt hij het statuut Nacht und Nebel. Met andere woorden: hij verdwijnt van de radar. Geen nieuws, geen afscheidsbrief, niets.
In oktober 1944 vraagt de familie inlichtingen aan het Rode Kruis. Op dat moment leven ze al tweeënhalf jaar in onzekerheid over zijn lot. In het dossier vind ik een overzicht van zijn tocht: van Sint-Gillis naar Bochum, vervolgens naar Hameln en ten slotte naar Brandenburg-Görden, waar hij samen met anderen van de groep met de guillotine wordt terechtgesteld.
Het officiële overlijdensbericht wordt pas op 23 oktober 1945 opgesteld.

De vragen die blijven

Een andere vraag die ik mij blijf stellen, is of hij zich zorgen maakte over het lot van zijn vier kinderen voor het geval het misliep. Mijn vader, de jongste van de vier, was nog maar elf jaar toen de Gestapo Robert Claeys op 20 februari 1942 oppakte. Is dat de reden waarom er nadien zo weinig over hem werd gesproken? Was het een trauma dat nooit volledig verwerkt raakte?
Ik weet het niet.

En ik ben te laat. Er is niemand meer in leven die mij hierover meer kan vertellen.
Op zijn doodsprentje lees ik een tekst die overkomt als een afscheidsbrief. Mijn grootvader richt zich tot zijn vrouw, zijn kinderen, zijn moeder en zijn broers en zussen. Aan zijn kinderen geeft hij mee dat hij hoopt dat zij niet meer zullen moeten leven in een wereld vol onrechtvaardigheid waarvan hij zelf het slachtoffer werd.
Ook richt hij zich rechtstreeks tot Jacques, zijn oudste zoon, die voor dezelfde idealen uit het bezette Knokke gevlucht was.
Ik vind eveneens krantenberichten terug waarin gerouwd wordt om het overlijden van Robert Claeys. De vele blijken van medeleven doen vermoeden dat hij in Knokke een gekende en gewaardeerde figuur was. Na zijn dood krijgt hij bovendien veel erkenning, in de vorm van onderscheidingen en bevorderingen. De wetenschap dat hij zo gerespecteerd werd, doet mij deugd.
Op 2 april 1949 wordt zijn urne opgebaard in de kapel van de meisjesschool in Knokke. De bevolking wordt opgeroepen deel te nemen aan de plechtige uitvaart, waarna de urne wordt overgebracht naar het Stedelijk Kerkhof van Brugge. Mijn vrouw, mijn grootmoeder, maakt dat niet meer mee. Zij overlijdt op 8 december 1946.
"Wat mij ook deugd doet, is dat Robert Claeys dankzij mijn zoektocht en de steun van de vzw Helden van het Verzet uit de anonimiteit wordt gehaald en samen met vele anderen opnieuw zichtbaar wordt. " – Vicky Claeys

Uit de anonimiteit

Wat mij ook deugd doet, is dat Robert Claeys dankzij mijn zoektocht en de steun van de vzw Helden van het Verzet uit de anonimiteit wordt gehaald en samen met vele anderen opnieuw zichtbaar wordt. Hopelijk helpt zijn verhaal toekomstige generaties beseffen wat er soms nodig is om democratie en vrijheid te beschermen en te behouden.
Was hij in het verzet? Zeker en vast. Het blijft een raadsel wat hij precies deed, maar dat hij actief was, staat buiten kijf. Hij handelde vanuit de overtuiging dat verzet noodzakelijk was en vanuit de vaste wil om het de Duitse bezetter zo moeilijk mogelijk te maken. Daarbij heeft hij ongetwijfeld risico's genomen. Misschien heeft hij er nooit echt bij stilgestaan dat die hem uiteindelijk het leven konden kosten.
Was hij een held? Hij was in ieder geval iemand die risico's nam en dingen deed waarvan ik niet zeker weet of ik ze zelf zou doen, zou kunnen doen of zelfs maar zou willen doen. We mogen niet vergeten dat hij vier kinderen had, van wie er twee nog minderjarig waren. Risico's nemen kan heldhaftig zijn, maar tegelijk hebben hij en zijn naasten daarvoor een bijzonder zware prijs betaald.
Was hij slachtoffer? Dat was hij zonder twijfel. Guy Stinglhamber werd in de val gelokt en heeft volgens de inbeschuldigingstelling veel informatie prijsgegeven. Volgens een naoorlogse getuigenis van advocaat Robert Langlain, die samen met mijn grootvader gevangen zat in Brandenburg, verweet Claeys hem dat hij te veel had verteld en voelde hij zich verraden.

Word steunend lid van Helden van het Verzet

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het driemaandelijkse Heldenmagazine voor de leden van vzw Helden van het verzet. Na de verschijning van het magazine plaatsen we een selectie aan artikels op de website. Wil je ons unieke Heldenmagazine boordevol informatie over het Belgische verzet en democratische weerbaarheid ook in je brievenbus ontvangen? Via deze link word je steunend lid en geef je onze werking vleugels.
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.