U stootte ook op andere minder bekende verhalen, zoals Duitsers die voor Groot-Brittannië vochten.
“Ja, dat is een ander fascinerend hoofdstuk. Ongeveer 10.000 Duitsers dienden in Britse eenheden. Velen van hen waren gevlucht voor het naziregime. Ik heb er een aantal twintig jaar geleden kunnen interviewen. Ze hadden hun verhaal vaak nog nooit verteld, uit trauma of bescheidenheid. Ze verloren familieleden in concentratiekampen, hun thuisland en vaak ook kameraden aan het front. Het kostte tijd om hun vertrouwen te winnen, maar hun getuigenissen zijn van onschatbare waarde. Ze tonen een andere kant van de oorlog, die minder bekend is bij het grote publiek.”
Hoe kijkt u als buitenstaander naar de manier waarop België met dit verleden omgaat, of eerder: niet omgaat?
“Ik heb de indruk dat veel van deze geschiedenis nog verborgen blijft, deels door de lange traditie van geheimhouding rond inlichtingenwerk. Maar ik zou België willen aanmoedigen om die verhalen te omarmen. Een nationale herdenkingsdag, vergelijkbaar met Remembrance Day in het Verenigd Koninkrijk, zou daarbij kunnen helpen. Traditioneel vierden we die op 11 november voor de gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, maar nadien is dat uitgebreid naar de soldaten van beide wereldoorlogen, maar ook van Afghanistan, Irak en de Falklandoorlog van 1982. We herdenken dus de veteranen van alle oorlogen.
Herdenking heeft een verbindende kracht. Het brengt mensen samen en zorgt ervoor dat offers uit het verleden niet vergeten worden. Dat is belangrijk voor het collectieve geheugen, maar ook voor de identiteit van een land.”