De man die blijft

Walthère Dewé, het brein achter de legendarische inlichtingennetwerken 'La Dame Blanche' en 'Clarence', leverde de geallieerden cruciale informatie die zelfs Winston Churchill met verstomming sloeg. Dit is het aangrijpende verhaal van een onvermoeibare verzetsheld: een visionair die de Blitzkrieg voorspelde, een strateeg die de V1-raketten ontmaskerde, en een vader die zijn gezin en uiteindelijk zijn eigen leven offerde in de bittere strijd tegen de bezetter.

Door Dany Neudt - 21/02/2026
Helden van het verzet
Vanop een Luikse heuvel kijkt een stenen witte dame ons ingetogen aan. Haar wijsvinger rust op haar mond, alsof ze ons tot stilte en bezinning wil manen. Het standbeeld maakt deel uit van het katholieke memoriaal voor verzetsheld Walthère Dewé. Dewé en zijn inlichtingennetwerk Clarence bezorgen de geallieerden een uitzonderlijke stroom van hoogwaardige informatie over de nazistische bezetter van Europa. Wanneer nazi-Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenvalt en Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog verklaren, beseft Dewé vrijwel onmiddellijk wat dat betekent. België zal volgen. 

De gruwel van de Duitse bezetting tijdens de Eerste Wereldoorlog ligt hem nog vers in het geheugen. In 1914 stond hij immers mee aan de wieg van La Dame Blanche, een Luiks inlichtingennetwerk dat uitgroeide tot een van de belangrijkste informatiebronnen van de geallieerden. Naar verluidt las de Britse opperbevelhebber Douglas Haig elke ochtend een samenvatting van hun rapporten en gebruikte hij die bij het uitstippelen van de militaire strategie aan het westelijk front.

Achter de naam La Dame Blanche schuilde symboliek. Volgens een oude Germaanse legende voorspelde haar verschijning een familietragedie in het vorstelijke huis Hohenzollern, waartoe de Duitse keizer behoorde. Maar ook het inlichtingennetwerk zelf ontsnapte niet aan tragiek. Leider Dieudonné Lambrecht werd op 18 april 1916 door de Duitse bezetter geëxecuteerd. Zijn neef Walthère Dewé nam de coördinatie over en zette het werk voort. Na de oorlog werd hij voor zijn verzetsactiviteiten onderscheiden met hoge Britse eretekens.

‘Londen was in alles geïnteresseerd: van Gestapo-locaties tot de plannen voor de V1-raket’ – Dany Neudt
In de jaren na 1918 bouwde Dewé opnieuw een burgerlijk bestaan uit. Hij werd lokaal directeur van de RTT, de Belgische Regie voor Telegrafie en Telefonie. Hij huwde met Dieudonnée Salmon en samen kregen ze vier kinderen: twee dochters en twee zonen. Het gezin ging op een Luikse heuvel wonen, waar de familie Dewé, land- en wijnbouwers, al generaties lang gevestigd was. Tegelijk bleef hij maatschappelijk geëngageerd. Tijdens het interbellum richtte hij de christelijke, antifascistische groep Unitas Catholica op. Hij voelde zich in dat engagement gesteund door de encycliek Mit brennender Sorge, waarin paus Pius XI in 1937 expliciet waarschuwde voor het nationaalsocialisme.

Na 1 september 1939 komen Dewés verzetsactiviteiten opnieuw in een stroomversnelling. Hij is dan zestig, maar zijn leeftijd vormt geen belemmering. In overleg met de Britse verbindingsofficier met de schuilnaam “Daniel” en met het Belgische militaire opperbevel start hij een nieuw inlichtingennetwerk op: het Corps d’Observation Belge, dat later tot Clarence zal worden omgedoopt. In een eerste fase worden Belgische zakenlui gerekruteerd die in Duitsland actief zijn en daar informatie verzamelen. 

Op basis van hun rapporten ontwaart Dewé al snel de contouren van een gloednieuwe Duitse strategie: de Blitzkrieg. Hij waarschuwt de Belgische, Britse en Franse autoriteiten herhaaldelijk en dringt erop aan zich beter voor te bereiden. Zelfs op 9 mei 1940, één dag voor de inval, slaat hij nog alarm. De waarschuwingen worden in de wind geslagen. België wordt vanaf 10 mei 1940 overrompeld en capituleert na amper achttien dagen.
Word steunend lid en geef onze werking vleugels
Onze werking krijgt geen vaste subsidie. We kunnen jouw financiële steun dus goed gebruiken! Word vandaag nog steunend lid! Je maakt een historisch onrecht ongedaan, ontvangt het Heldenmagazine, steunt onze projecten en maakt deel uit van een levendige community.
De chaos is totaal. Net als de buurlanden blijkt ons land niet voorbereid op de snelheid en de verwoestende impact van de Blitzkrieg. De Belgische regering vertrekt in ballingschap, samen met de leiding van de inlichtingendiensten. Ook de Franse en Britse agenten slaan op de vlucht. Walthère Dewé maakt een andere keuze. Hij blijft in België en zet zijn ondergrondse inlichtingenactiviteiten voort, ook al zijn alle contacten met Londen en de Belgische regering verbroken. Er is geen bruikbare zendapparatuur meer en ook geen uitgewerkte organisatiestructuur.

Hij neemt al snel afscheid van zijn gezin, duikt onder en begint aan een jarenlang nomadisch bestaan, waarbij hij telkens tijdelijk onderdak vindt bij vertrouwelingen. Geleidelijk krijgt het Clarence-netwerk vorm. Walthère Dewé wordt hierin bijgestaan door trouwe medewerkers zoals Thérèse de Radiguès en Hector Demarques. De principes van La Dame Blanche blijven richtinggevend: een strenge selectie van medewerkers, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maximale beveiliging en een cellenstructuur die de schade bij arrestaties moet beperken, gecombineerd met een gerichte focus op inlichtingenwerk. Pas na de parachutedropping van Pierre Vandermies (alias commandant Dewinde) op 13 juni 1941 kan het inlichtingenwerk echt beginnen.

Clarence wordt uitgebouwd als een quasi-militaire structuur. Aan de top staan Walthère Dewé en Hector Demarque, geflankeerd door een directiecomité. Daaronder worden negen provinciale sectoren ingericht, elk onder leiding van een provinciale commandant, en verder opgesplitst in subsectoren naargelang van het aantal agenten. Op het hoogtepunt telt het netwerk ongeveer 1.500 medewerkers. Ondanks de intensiteit van de activiteiten en de voortdurende aandacht van het nietsontziende nazistische repressieapparaat blijven de verliezen relatief beperkt: er vallen minder dan vijftig doden.
'In zijn memoires bewierookt Winston Churchill nadrukkelijk de Belgische inlichtingennetwerken, waaronder Clarence.' – Dany Neudt
Over het hele land verzamelen agenten strategische informatie over de Duitse bezetting. Londen is werkelijk in alles geïnteresseerd: van het adres van de hoofdkwartieren van de Gestapo, over de omvang van de militaire transporten tot de organisatie van de Duitse communicatielijnen. Via lokale ‘postbussen’ worden de rapporten samengesteld, gecontroleerd en gesystematiseerd.

Vervolgens gaan ze naar regionale centrales, waar een nieuwe controle plaatsvindt. De nationale centrale stelt op basis daarvan het definitieve rapport op, dat wordt klaargemaakt voor verzending naar de geallieerden. Een veelgebruikte transportmethode bestaat uit het omzetten van rapporten naar microfilms, die in alledaagse voorwerpen zoals poppen, aanstekers, haarborstels ... worden verstopt en via uiteenlopende routes naar de geallieerde hoofdkwartieren worden gebracht.

Clarence blinkt uit in technische innovatie en ontwikkelt een uniek procedé waarbij microfilms enkel door ingewijden, met behulp van een specifieke chemische formule, kunnen worden ontwikkeld. Gaandeweg wordt ook steeds vaker gebruikgemaakt van zendapparatuur. In de beginmaanden, wanneer de contacten met Londen nog niet hersteld zijn, bouwt Clarence zelfs eigen, geïmproviseerde zenders. Uitzenden blijft riskant: langer dan twintig minuten mag men niet in de ether blijven, omdat de Duitse bezetter met rondrijdende goniometers de zendlocatie nauwkeurig kan bepalen. Later ontwikkelen de Britse en Amerikaanse diensten minder gevaarlijke technieken.

Opmerkelijk is ook het gebruik van postduiven. De Britse geheime dienst dropt duiven in bezet Europa om ze met berichten naar Groot-Brittannië te laten terugkeren. De dieren worden zorgvuldig getraind, maar na verloop van tijd ontdekt de Duitse bezetter ook deze methode. Het houden van duiven, een populaire Belgische volkssport, wordt verboden en bestraft, zelfs met dwangarbeid.

Wanneer de informatie Groot-Brittannië bereikt, komt ze terecht bij de Secret Intelligence Service (SIS), de Belgische Staatsveiligheid en de Belgische regering in ballingschap. De strategische waarde van Clarence en andere Belgische inlichtingennetwerken mag uit het volgende blijken. In zijn memoires bewierookt Winston Churchill ze zelf nadrukkelijk: “Zo kwamen wij in 1942 meer en meer te weten over de Duitse verdediging. Wanneer ik over agenten en bevriende neutralen spreek, wil ik eerlijkheidshalve speciaal de Belgen vernoemen; in 1942 bezorgden ze ons ongeveer 80 % van alle agenteninlichtingen hieromtrent. (...) Einde 1942 wisten wij niet alleen hoe het vijandelijk systeem werkte, maar ook hoe wij het aan moesten pakken.”
Tijdens WO II verstuurt Clarence 872 radioboodschappen en 163 rapporten op microfilm naar Londen. In 1941 signaleren Belgische netwerken de bestelling van tienduizenden tropenuniformen voor de Duitse Wehrmacht, een eerste duidelijke aanwijzing voor de oprichting van het Afrikakorps onder leiding van veldmaarschalk Rommel. Elders leiden meldingen over grootschalige troepenconcentraties tot gerichte bombardementen van de Royal Air Force, waarbij in één klap 2.000 militaire voertuigen worden vernietigd.

Via Clarence bereiken in december 1942 ook de eerste betrouwbare plannen voor de V1-raketten Londen, inclusief gedetailleerde informatie over de lanceerinstallaties, nog vóór de massaproductie op gang komt. De daaropvolgende Operatie Hydra, met het bombardement van het onderzoekscentrum in Peenemünde, brengt een zware slag toe aan de Duitse oorlogsmachine.

Het einde van de oorlog maakt Dewé niet meer mee. Vanaf het begin van de bezetting en zijn onderduiken doorzoekt de Geheime Feldpolizei regelmatig de gezinswoning. De voortdurende stress eist zijn tol. In januari 1943 overlijdt zijn 59-jarige echtgenote Dieudonnée aan een hartaanval. Op 7 januari 1944 worden zijn beide dochters Marie-Thérèse en Marie-Madeleine, beiden actieve verzetsvrouwen, gearresteerd en gedeporteerd naar het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Marie-Madeleine zal het niet overleven. Een van zijn zonen brengt de oorlog door in een Duits krijgsgevangenkamp.
Helden van het verzet
Standbeeld bij het memoriaal voor Walthère Dewé en zijn familie.
Op 14 januari 1944 bereikt Dewé het bericht dat de arrestatie van Thérèse de Radiguès nakend is. Hij slaagt erin haar tijdig te waarschuwen, maar moet zelf halsoverkop vluchten. Op straat springt hij op een tram en stapt weer af. Even later klinkt een schot. Een Luftwaffe-officier heeft op het Brusselse Flageyplein het vuur geopend. Walthère Dewé is op slag dood. De schutter weetniet wie hij heeft gedood.
 
Op een steenworp van de gezinswoning van deDewés kijkt vandaag een stenen witte dame over Luik uit. Ze herinnert niet alleen aan het gezin van Walthère Dewé en de zware prijs die zij betaalden, maar maakt ook blijvend zichtbaar hoe hun verzet werkte: in stilte, met discipline en een volgehouden vastberadenheid.

Artikel uit het Heldenmagazine
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het driemaandelijkse Heldenmagazine voor de leden van vzw Helden van het verzet. Enkele maanden na de verschijning van het magazine, plaatsen we een selectie aan artikels op de website. Wil je ons unieke Heldenmagazine boordevol informatie over het Belgische verzet en democratische weerbaarheid ook in je brievenbus ontvangen? Via deze link word je steunend lid en geef je onze werking vleugels.