Hoe ging je familie om met dat zwaarbeladen verleden?
‘Het was zeker geen onverwerkt verleden. Wij hadden een bloeiend sociaal leven in allerlei culturele republikeinse clubs in de Rupelstreek, Mechelen, Brussel en Antwerpen. Mensen spraken er veel over, maar nooit op een defaitistische manier. Ze deden wat ze konden in de clandestiene oppositie, zoals geld of materiële zaken sturen. Ze hadden hier ook vaak een goede job, een huis, een koelkast. De kinderen waren al ingeburgerd. Hier mochten ze vrijuit lachen en feesten en dat deden ze ook.’
Je was dertien toen Franco stierf. Heb je daar nog herinneringen aan?
‘Ja, vooral aan de moord op Carrero Blanco, de rechterhand van Franco. Veel republikeinen vierden dat zeer uitbundig. Dat zegt iets over de populariteit van ETA destijds. Het verwierf enorm veel prestige door die aanslag. In België vierden we Franco’s dood, maar dan eerder ingetogen. We keken terug op alle ellende die de dictatuur had veroorzaakt, herdachten wie er niet meer was of wie nog in de gevangenis zat. Dan begon het snel te gaan. De ene hervorming volgde op de andere. Na de eerste democratische verkiezingen op 15 juni 1977 maakten mensen plannen om terug te keren.’
Na die verkiezingen stemde men de Amnestiewet: ze liet politieke gevangenen vrij en ballingen terugkeren, maar garandeerde ook straffeloosheid voor misdaden door het Franco-regime.
Hoe kwam die wet tot stand?
‘De transitie gebeurde niet op basis van een krachtsverhouding maar van een zwakte-
verhouding. De dictatuur was te zwak om zich voort te zetten en de oppositie was te zwak om een democratische breuk te forceren. Het gevolg was een consensus die vele potjes gedekt hield. Leger, magistratuur, politie, politici: iedereen die jarenlang gestolen en gemoord had, bleef gewoon zitten.’
Dat leidt tot de hallucinante vaststelling dat er in Spanje nog ongeveer 2500 niet-opgegraven massagraven zijn. Volgens nonderzoekers gaat het om de stoffelijke resten van 100.000 à 120.000 mensen, waaronder je grootvader. Is je familie persoonlijk betrokken bij die opgravingen?
‘Nee, want destijds stond mijn hoogzwangere grootmoeder er nog alleen voor. Zij heeft de hele burgeroorlog in het omsingelde Madrid meegemaakt met veel armoede en geweld. Zij is daarna met stille trom vertrokken naar haar geboortedorp tegen de Portugese grens om te bevallen. Als ongeletterde vrouw had ze niet de middelen om te onderzoeken wat er met haar man was gebeurd. Dat moet vreselijk geweest zijn.
Daarnaast was het ook niet veilig. Het is niet omdat de franquisten de burgeroorlog hadden gewonnen dat het geweld stopte. De executies en de willekeur gingen door. Iedereen wist het en iedereen zweeg. Die massagraven zijn zoals de killing fields, maar dan in een lidstaat van de Europese Unie. Het verschil is dat men in Cambodja nadien het Cambodjatribunaal heeft georganiseerd, in Zuid-Afrika de Waarheids- en Verzoeningscommissie, in Rwanda de Gacaca-rechtbanken, in Argentinië allerlei mensenrechtenprocedures.
In Spanje is dat niet mogelijk door de Amnestiewet. Een aantal linkse partijen wil ze afschaffen, de rechtse oppositie wil er niet over praten uit schrik om de consensus te breken en het verleden op te rakelen. En ook de regerende sociaaldemocratische PSOE vindt de afschaffing van de amnestiewet een brug te ver.’