Die augustusmaand 1942 zindert de stad van onrust. De ene razzia volgt op de andere. Joden worden opgepakt en weggevoerd naar de Kazerne Dossin in Mechelen. Ook anderen die het sputterende raderwerk van de Duitsers verstoren moeten verdwijnen, desnoods in Nacht und Nebel.
Op die vijftiende augustus is het de beurt aan vakbondsman Obourdin. De Gestapo, of beter de SIPO, pakt hem thuis op in de Schorpioenstraat. Hij is immers lid van een Duitsvijandige en dus illegale organisatie. Het woord spionage valt.
Na zijn arrestatie gaat het meteen naar de Duitse afdeling van de gevangenis in de Antwerpse Begijnenstraat. Na talloze foltersessies wordt hij eind 1942 overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis. Op kerstavond 1943 keert hij terug naar de Begijnenstraat. Af en toe krijgt hij bezoek van Joanna en een van de kinderen. Een laatste teken van leven vanuit zijn cel komt op 1 mei 1944. Daarna volgt opnieuw een va-et-vient tussen Antwerpen en Brussel. Op 28 juni 1944 moet Pieter weer naar Sint-Gillis. Twee weken later, op 11 juli, wordt hij overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen. Nog twee maanden later komt hij terecht in een doorgangskamp van de Gestapo, waar hij op 14 september 1944 nog gezien wordt door medegevangenen.
Zijn tocht gaat steeds verder richting oosten. Op 30 oktober 1944 arriveert hij in het concentratiekamp Gross-Rosen in Neder-Silezië, in het huidige Polen. Dankzij de Duitse kampadministratie weten we dat hij in Block 9 verblijft en het nummer 82.366 draagt.
Wanneer de Duitsers begin 1945 steeds verder in het nauw worden gedreven, wordt Gross-Rosen op 8 februari ontruimd.
Om zijn laatste maanden te reconstrueren brengen de bronnen verwarring. Volgens sommige bronnen sterft hij waarschijnlijk op 11 februari 1945 tijdens een van de dodenmarsen richting KZ Mittelbau-Dora. Andere bronnen menen dat hij het kamp wel bereikt. Zeker is dat niemand ooit nog iets van hem verneemt. De ACV-voorzitter doet alles om zijn voormalige secretaris terug te vinden. Ook de Belgische regering onderneemt pogingen, maar tevergeefs.
Het verzet zit de Obourdins blijkbaar in de genen, want ook zus Louisa is actief. Zij zal de oorlog wel overleven.