‘We tonen de grijze zone; keuzes maken in een dictatuur is zelden zwart-wit’

Amsterdam laat zich graag herleiden tot een handvol iconen: Van Gogh, Rembrandt, Anne Frank. Wie verder kijkt dan de vertrouwde culturele canon, ontdekt instellingen die geschiedenis niet verstenen, maar leven inblazen. Het Verzetsmuseum is daar een inspirerend voorbeeld van. We gingen langs en spraken met de nieuwe directeur, Karlien Metz, over de manier waarop zij het verzet vandaag uit de vergetelheid haalt.

Door Tim Van Steendam & Dany Neudt - 15/02/2026
Helden van het verzet
Recht tegenover Artis pronkt de statige gevel van het vernieuwde en fel gesmaakte Verzetsmuseum. Behalve de vaste tentoonstelling over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog en een Juniormuseum voor kinderen tussen 9 en 14 jaar loopt er ook een bijzondere tentoonstelling over Josephine Baker, de Amerikaanse artieste en spion voor de Franse inlichtingendienst. Binnen wacht Karlien Metz ons op. Ze werkt sinds 2015 bij het museum, is nog maar sinds juli 2025 aangesteld als directeur en kijk: het flirt al met het recordaantal bezoekers. Maar liefst 120.000 bezoekers per jaar!

Metz: ‘Zestig procent van onze bezoekers komt uit het buitenland, waaronder heel wat jongeren. Dat is bij veel musea anders. Misschien is de kennis iets minder groot, maar de interesse in de Tweede Wereldoorlog is zeker niet verminderd.’
‘Herdenken is geen terugblik, maar een vorm van waakzaamheid’ – Karlien Metz
Het zal de oprichters van het museum plezieren. Het waren voormalige verzetsmensen zelf die het initiatief namen.
‘Ja, zij richtten het museum op in 1984, een tijd waarin de belangstelling voor de oorlog weer toenam. Verzetsmensen die de oorlog hadden overleefd, gingen met pensioen en kregen meer tijd. Daardoor kwamen ongewild ook de trauma’s sterker naar boven. Ze wilden hun verhaal doorgeven aan de jongere generatie.

Tegelijkertijd was het ook een periode waarin extreemrechtse politici in Nederland aan de oppervlakte kwamen. De neonazi Joop Glimmerveen, twintig jaar lang leider van de Nederlandse Volks-Unie, was zeer zichtbaar, al kwam hij nooit in de Kamer. Een rechtse politicus als Hans Janmaat dan weer wel. Ook dat was een aanleiding voor voormalige verzetslieden om hun verhaal over de strijd tegen extreemrechts en fascisme naar voren te brengen.’

Het verzet was een brede mix van ideologieën, van uiterst links tot uiterst rechts. Hoe ging men daarmee om?
‘De initiatiefnemers waren communisten, maar zij hebben heel bewust meerdere stromingen betrokken, omdat ze wilden dat het een breed gedragen project zou zijn. Bovendien wilden ze het museum vanaf het begin inhoudelijk laten ontwikkelen door een conservator, een historicus die de materie vanop afstand bekijkt en dus niet per se zelf betrokken was. De oud-verzetsstrijders die het museum oprichtten waren zich er van bewust dat zij geen historici of tentoonstellingsmakers waren.’
Word steunend lid en geef onze werking vleugels
Onze werking krijgt geen vaste subsidie. We kunnen jouw financiële steun dus goed gebruiken! Word vandaag nog steunend lid! Je maakt een historisch onrecht ongedaan, ontvangt het Heldenmagazine, steunt onze projecten en maakt deel uit van een levendige community.
Helden van het verzet
Bron foto: Verzetsmuseum Amsterdam
Jullie hebben het museum inhoudelijk verder opengetrokken, met meer aandacht voor de daders, zeg maar: de foute Nederlanders, de collaborateurs. Dat leverde nogal wat kritiek op.
‘We vinden het heel belangrijk om het verzet in de context van de bezetting te laten zien. Met wie hadden die verzetsmensen te maken? Tegenover welke vijand stonden ze? In welke omgeving opereerden ze? We hebben er heel bewust voor gekozen om persoonlijke verhalen vanuit verschillende perspectieven te vertellen, zodat de bezoeker goed begrijpt dat er ook mensen zijn die foute keuzes maken.

De kritiek luidde dat een verzetsmuseum die verhalen niet zou mogen vertellen. Maar dat hebben we altijd al gedaan. In ons Juniormuseum vertellen we bijvoorbeeld het verhaal van een NSB-meisje (Nationaal-Socialistische Beweging, red.). Het was dus niet helemaal nieuw voor het museum, maar toch kwam er in 2022 plots reactie op, alsof het een volledig nieuwe koers was.’

Goed en fout wordt natuurlijk sterk uitvergroot, terwijl het vaak een grijze zone is. Zwart en wit lopen door elkaar.
‘Precies. We tonen ook verhalen die wel degelijk fout zijn. Bijvoorbeeld een jodenjager en een verrader die heel bewust veel slachtoffers hebben gemaakt. We hoeven niet letterlijk te benoemen dat het “foute mensen” waren, het is wel heel duidelijk dat ze verwerpelijke morele keuzes hebben gemaakt. Maar we vertellen ook verhalen waarin verzet en collaboratie in één persoon samenkomen. Zo is er een politieagent die de opdracht krijgt om Joden op te halen en niet durft te weigeren. Later in de bezetting sluit hij zich toch aan bij het verzet en pleegt hij zelfs acties.

Een student wil een studiebeurs. Om in aanmerking te komen moet hij een ariërverklaring tekenen en aantonen dat hij geen Joods bloed en geen Joodse voorouders heeft. In zijn dagboek schrijft hij pagina’s vol. Hij twijfelt wekenlang of hij dat moet doen. In eerste instantie zegt hij nee, omdat hij goed beseft dat hij meewerkt aan een verderfelijk systeem. Maar dan praat hij met allerlei mensen en denkt hij: wat verander ik ermee? Wie heeft er iets aan als ik niet kan studeren en mijn toekomst vergooi? Uiteindelijk tekent hij toch.

We vinden het belangrijk om ook dat soort posities te tonen. Ze geven goed weer hoe ingewikkeld het is om keuzes te maken in een dictatuur waarvan de toekomst ongewis is. Nu kennen we allemaal de uitkomst, maar toen wist niemand dat.’
'Die geschiedenis koppelen we aan hedendaagse thema’s zoals privacy en de risico’s van digitale opslag van persoonsgegevens.’ – Karlien Metz
Een interessant aspect is dat jullie het museum hebben opengesteld voor de oud-koloniën: Nederlands-Indië, Suriname en de Caribische Nederlanden. Waarom betrekken jullie ook dat deel van de geschiedenis?
‘Wat voor ons interessant is, is dat de Tweede Wereldoorlog in die gebieden een belangrijke stimulans is geweest voor het onafhankelijkheidsstreven. Verzet tegen Nederland als koloniale onderdrukker is natuurlijk ook verzet. Daar is maatschappelijk steeds meer aandacht voor, en daarom heeft het een permanente plek gekregen in het museum.’

Jullie leggen vaak een link met de actualiteit. Binnenkort loopt er bijvoorbeeld een tentoonstelling over Iran. Spreekt dat mensen aan? Die continuïteit: het verzet uit de Tweede Wereldoorlog niet behandelen als iets puur historisch, maar als iets van alle tijden, waar mensen zich vandaag nog door kunnen laten inspireren?
‘In onze tentoonstellingen leggen we vaak linkennaar de actualiteit. We hebben bijvoorbeeld een tentoonstelling gehad over de aanslag op het bevolkingsregister, dat hier schuin tegenover het museum lag. Die aanslag was bedoeld om persoonsgegevens te vernietigen, waaronder aanduidingen van wie als Joods geregistreerd stond. Valse persoonsbewijzen konden zo gecontroleerd worden: verzetsmensen konden zo ontmaskerd worden. Dat was de reden om het register aan te vallen. Die geschiedenis koppelen we aan hedendaagse thema’s zoals privacy en de risico’s van digitale opslag van persoonsgegevens.’
Helden van het verzet
Bron foto: Verzetsmuseum Amsterdam
Wie in de fascinerende wereld van het verzet duikt, botst onvermijdelijk op mensen of verhalen die je diep raken. Welke zijn dat voor jou?
‘Er was een jongen van vijftien die ’s nachts zijn school binnensloop om anti-Duitse leuzen op de muren te kalken. Daarna probeerde hij naar Engeland te ontsnappen, maar dat mislukte. Hij belandde op zeer jonge leeftijd in verschillende concentratiekampen. Wat mij daarin fascineert, is dat iemand al zo jong om zich heen kijkt en denkt: hier moet iets gebeuren. Hij zoekt dat eerst heel dicht bij huis. Hij probeert klasgenoten en leerkrachten te bereiken door stiekem leuzen te schilderen. Door zijn leeftijd had hij nog geen toegang tot een verzetsnetwerk en handelde hij volledig op eigen houtje. Dat is bijzonder. Hij heeft de oorlog overleefd en heeft later samen met zijn zus nauw contact gehad met het museum.

Na de eerder genoemde aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam werden twaalf mensen gefusilleerd. We beschikken over vrij veel afscheidsbrieven van die mensen. Die heb ik uiteraard allemaal gelezen. Dat kwam heel hard binnen, zeker die van jonge mensen. Je redeneert toch altijd een beetje vanuit jezelf, zeker als het over kinderen gaat. In onze vaste opstelling vertellen we het verhaal van een Joods meisje van negen maanden oud dat in 1942 bij een pleeggezin wordt ondergebracht. Na de oorlog wordt ze, bijna vier jaar oud,

herenigd met haar moeder, maar ze herkent haar niet meer. Als moeder van relatief jonge kinderen kan ik me goed voorstellen hoe pijnlijk dat moet zijn vanuit het perspectief van die moeder. De relatie tussen moeder en dochter is nadien ook altijd moeizaam gebleven door dat trauma. Dat grijpt me erg aan: hoe zulke gebeurtenissen generaties lang blijven doorwerken, niet alleen bij kinderen maar ook bij kleinkinderen. Daar had ik nooit bij stilgestaan voor ik hier werkte.’
Artikel uit het Heldenmagazine
Dit interview verscheen oorspronkelijk in het driemaandelijkse Heldenmagazine voor de leden van vzw Helden van het verzet. Enkele maanden na de verschijning van het magazine, plaatsen we een selectie aan artikels op de website. Wil je ons unieke Heldenmagazine boordevol informatie over het Belgische verzet en democratische weerbaarheid ook in je brievenbus ontvangen? Via deze link word je steunend lid en geef je onze werking vleugels.