Studenten in de verzetsstrijd

Het verzetsverhaal van de Gentse student en scoutsleider Jean Denys, zoals verteld door zijn zoon Jean-Luc Denys het tijdens het tweede Verzetscafé in Gent. Het begint in de Toekomststraat 47 te Sint-Amandsberg, Gent.

Door Jean-Luc Denys - 25/10/2024
Studenten in de verzetsstrijd

Het begin

Ons verhaal begint in de Toekomststraat 47 te Sint-Amandsberg, Gent. Mijn vader, Jean, groeit op in een gezin van zes kinderen. Paul, de oudste, is van 1922, Jacques volgt een jaar later, mijn vader is de derde, uit 1924. De drie andere volgen wat later.
Vader Jos is een oud-strijder van Wereldoorlog I, dokter in de Geschiedenis en Rijksarchivaris in Gent. Moeder Raph runt het huishouden. Beiden hebben de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, getekend door vier jaar dictatuur en strijd. Weerbaarheid is een onderdeel van de opvoeding.  
 
Op 10 mei ’40 valt het Derde Rijk in België binnen. De Belgische overheid beveelt dat ‘alle mannen tussen 16 en 35 die nog niet waren gemobiliseerd’ richting Frankrijk moeten trekken, om daar een reserveleger te vormen, zoals in 1914. Mijn vader is vijftien maar smeekt zijn ouders dat hij mag meetrekken met zijn twee oudere broers. Dan al pleegt hij plichtsbewust een daad van verzet. Als oud-strijder geeft zijn vader de toestemming.

De drie jongens belanden in de streek van Abbeville in een rekruteringscentrum. Ze zijn daar getuige van zware bombardementen, en door de Blitzkrieg wordt dit snel bezet gebied. Eind juni beslissen de drie broers om terug te keren naar hun stad Gent, ondertussen bezet. 
 
Terug in Gent wordt pa geconfronteerd met strikte bezettingsregels: door de avondklok moeten ze binnenblijven tussen 8 uur ‘s avonds en 6 uur ’s morgens. De dagbladen die nog publiceren zijn gecensureerd. Als je naar de radio luistert dan mag dit enkel naar ‘Duitse’ posten”. De Gentse   radiodistributie is in handen van collaborerende organisaties en flirt met de bezetter. Er is een aangescherpte rantsoenering. Het gezin kan één keer per maand rantsoeneringsbonnen aanvragen om de dagdagelijkse boodschappen te betalen. Ze leren zeer sober te leven en met een tekort aan voedsel op te groeien. Drietalige affiches kondigen zware straffen af voor sabotage, of als je Duitsvijandige burgers onderdak geeft.

Wanneer pa naar zijn school fietst, het Sint-Barbaracollege, passeert hij het volkshuis Vooruit, dat nu enkel toegankelijk is voor de grijze en zwarte uniformen van de bezetter, of later collaborerende verenigingen. Op het socialistische volkshuis wapperen swastikavlaggen, net zoals op vele grote gebouwen opgeëist door de bezetter, alomtegenwoordig.
Verder lezen?
Om dit artikel te kunnen lezen, dien je een actief abonnement te hebben.