Vriendenkringen: de strijd om de herinnering

Na de Tweede Wereldoorlog richtten teruggekeerde overlevenden van de concentratiekampen Vriendenkringen op om hun kameraden te herdenken. Door een afnemend ledenaantal komen deze waardevolle verenigingen vandaag steeds meer onder druk te staan. Mark Van den Driessche is al vele jaren voorzitter van de vzw Belgische Vriendenkring Neuengamme. Helden van het Verzet sprak met hem.

Door Tim Van Steendam - 04/04/2024
Vriendenkringen: de strijd om de herinnering
HvhV: ‘Mijnheer Van den Driessche, wat doet een Vriendenkring precies?’
Van den Driessche: ‘De Vriendenkring Neuengamme is al opgericht in oktober 1945, door de teruggekomen overlevenden van concentratiekamp Neuengamme. De vereniging diende destijds vooral om de overleden vrienden te herdenken, om de wezen en weduwen te steunen en het blijvende belang van vrede te benadrukken. Ze zagen het als hun plicht om de vele brieven te beantwoorden, geschreven door vaders, moeders, kinderen en families die op zoek waren naar inlichtingen betreffende hun dierbare verdwenen familieleden of vrienden. Omdat er nu tachtig jaar later bijna geen politieke gevangenen meer in leven zijn, leggen we de nadruk vooral op herinnering. Een belangrijk onderdeel daarvan is bijvoorbeeld onze jaarlijkse bedevaart naar het concentratiekamp van Neuengamme in Duitsland.’
HvhV: ‘Neuengamme doet bij weinig mensen een belletje rinkelen. Nochtans is dat na Buchenwald het concentratiekamp waar de meeste Belgen zaten, namelijk 3650.’
Van den Driessche: ‘Het is ook het kamp waar de meeste doden zijn gevallen. Bijna vijftig procent van de gevangenen kwam er om.’
HvhV: ‘De filosofie van de nazi’s luidde: Vernichtung durch Arbeit. Uitroeiing door arbeid. Uw vader Urbain was een van die arbeiders.’
Van den Driessche: ‘Ja, ook hij is daar om het leven gekomen. Mijn vader was in 1942 tot het Geheim Leger toegetreden. Omer Huylebrouck, zijn neef die in dezelfde straat woonde te Woubrechtegem, was de leider van het Geheim Leger in Groot-Herzele en omstreken. Ze hielpen neergestorte piloten of onderduikers bijvoorbeeld aan een schuilplaats. Daarom hadden ze ook nood aan extra rantsoenbonnen om meer voedsel te kunnen kopen. Ze beslisten om het postkantoor van Mijlbeek in Aalst te overvallen. De postmeester zat mee in het complot en zou de zegels aan het loket klaarleggen. Maar zover zijn ze niet geraakt. Mijn vader en zijn kompaan fietsten langs binnenwegen naar Aalst, waar ze zouden worden opgewacht door handlangers, geregeld via een tussenpersoon. Maar die was een verklikker. Mijn vader is aangehouden op 12 augustus 1944. Ik kwam zelf pas enkele maanden later ter wereld, op 13 oktober.’
Verder lezen?
Om dit artikel te kunnen lezen, dien je een actief abonnement te hebben.
Word steunend lid en geef onze werking vleugels
Onze werking krijgt geen vaste subsidie. We kunnen jouw financiële steun dus goed gebruiken! Word vandaag nog steunend lid! Je maakt een historisch onrecht ongedaan, ontvangt het Heldenmagazine, steunt onze projecten en maakt deel uit van een levendige community.