Op 10 mei 1940 komt een einde aan de gespannen vrede in België. De Duitse Wehrmacht marcheert de Belgische voordeur plat, achttien dagen later wordt het land krijgsgevangen genomen. Hoewel er een einde komt aan de Belgische zelfbeschikking, zal haar verzet een eenvoudige metamorfose ondergaan, van conventioneel naar clandestien, en van bovengronds naar ondergronds. Zo ook bij Frans Lenaerts, die na zijn studies aan de Rijksuniversiteit van Gent en zijn medische studies aan de ULB, een nieuwe carrière zal uitbouwen in het clandestiene verzet. Lenaerts zal zijn doktersjas en stethoscoop snel inleveren voor een verrekijker en pistool. Wat mag die inlevering dan exact ingehouden hebben? Waartoe had oud-ULB’er Lenaerts zich dan geëngageerd en hoe was hij daar terechtgekomen?
Het verzet was in geen onbelangrijke mate een netwerk van verbindende personages.[1] Voor het onderwerp van dit artikel was dit Antoinette Kleinhaus, die hem introduceerde bij Fernand Wolff, die op zijn beurt de rode draad zou blijken doorheen Lenaerts’ verzetsleven. Volgens de biografische nota’s van Service Clarence was Frans tijdens de oorlogsjaren actief in twee verzetsgroepen: het Front de la Résistance Belge (F.R.B.) en de Groupe Clarence respectievelijk.[2] Deze eerste groepering werd eind 1940 opgericht door Fernand Wolff en ene Dullin, de schuilnaam van Jules Van Vlasselaer, en wordt omstreeks februari 1943 vermoedelijk integraal opgenomen in de Service Clarence. Wat het specifieke karakter van het F.R.B. was, hoe zij aanwierf, en op wat soort ideologische leest zij gebaseerd was, is voorlopig nog niet geweten. Het kan desalniettemin interessant zijn om een potentiële piste af te tasten om zo een idee te kunnen krijgen van wat soort verzet Lenaerts bij het F.R.B. gepleegd kan hebben.
Het verzet was in geen onbelangrijke mate een netwerk van verbindende personages.[1] Voor het onderwerp van dit artikel was dit Antoinette Kleinhaus, die hem introduceerde bij Fernand Wolff, die op zijn beurt de rode draad zou blijken doorheen Lenaerts’ verzetsleven. Volgens de biografische nota’s van Service Clarence was Frans tijdens de oorlogsjaren actief in twee verzetsgroepen: het Front de la Résistance Belge (F.R.B.) en de Groupe Clarence respectievelijk.[2] Deze eerste groepering werd eind 1940 opgericht door Fernand Wolff en ene Dullin, de schuilnaam van Jules Van Vlasselaer, en wordt omstreeks februari 1943 vermoedelijk integraal opgenomen in de Service Clarence. Wat het specifieke karakter van het F.R.B. was, hoe zij aanwierf, en op wat soort ideologische leest zij gebaseerd was, is voorlopig nog niet geweten. Het kan desalniettemin interessant zijn om een potentiële piste af te tasten om zo een idee te kunnen krijgen van wat soort verzet Lenaerts bij het F.R.B. gepleegd kan hebben.
Als er van buitenaf naar binnen gekeken wordt, lijkt het alsof verzet zich mooi opdeelt in verschillende verzetscategorieën. Sommige verzetsmensen werkten in de clandestiene pers, terwijl anderen zich meer geroepen voelden om informatie over Duitse manoeuvres door te spelen aan de Geallieerden. De realiteit was complexer. In La guerre secrète des espions belges 1940-1944 stelt Emmanuel Debruyne dat inlichtingendiensten zoals Service Clarence dikwijls ook wel hechte banden hadden met gewapende en saboterende verzetsgroepen en deze op lokaal niveau ook wel occasioneel gebruikten als rekruteringspoelen.[3] Het is dus mogelijk dat de volledige absorptie van het F.R.B. door Clarence van een dergelijke aard was. Hier komt nog bij dat de biografische nota ondanks haar obscure beschrijving van Lenaerts’ eerder verzetsengagement toch spreekt van een ‘groupement de partisans’, waarbij dat laatste woord enigszins verwijst naar de affiliatie en het ‘takenpakket’ van die organisatie, gezien de sterke communistische stutten die een stevige grip hadden op de voornaamste gewapende verzetsgroepen.[4]
Anderzijds stuurt de naoorlogse erkenningssfeer de hypothese van het F.R.B. als gewapende verzetsbeweging in de war. Hoewel hieropvolgende publicaties niet de intentie hadden om volledige overzichten te zijn van hun respectievelijke onderwerpen, kunnen zij het karakter van het Front de Résistance Belge wel aangeven. In het Livre d’Or de la Résistance, uitgebracht in 1948, wordt weliswaar noch van het F.R.B. noch van Lenaerts enig gewag gemaakt.[5] Eenzelfde vaststelling moet gemaakt worden voor het F.R.B. in het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten uit 2015.[6] Het lijkt er dus op dat de specifieke verzetsoriëntatie van deze verzetsgroep voorlopig nog onbekend zal blijven.
Anderzijds stuurt de naoorlogse erkenningssfeer de hypothese van het F.R.B. als gewapende verzetsbeweging in de war. Hoewel hieropvolgende publicaties niet de intentie hadden om volledige overzichten te zijn van hun respectievelijke onderwerpen, kunnen zij het karakter van het Front de Résistance Belge wel aangeven. In het Livre d’Or de la Résistance, uitgebracht in 1948, wordt weliswaar noch van het F.R.B. noch van Lenaerts enig gewag gemaakt.[5] Eenzelfde vaststelling moet gemaakt worden voor het F.R.B. in het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten uit 2015.[6] Het lijkt er dus op dat de specifieke verzetsoriëntatie van deze verzetsgroep voorlopig nog onbekend zal blijven.
Hoe dan ook, de terminus ante quem voor de ‘tewerkstelling’ van Lenaerts bij het F.R.B. valt op 15 maart 1943, wanneer hij officieel deel uitmaakt van Clarence, ongeveer een maand nadat Fernand Wolff zijn overstap had gemaakt van de ene naar de andere verzetsgroep.[7] Dit plaatst vraagtekens bij de continuïteit van het verzetsleven van Lenaerts. Indien het F.R.B. weldegelijk in zijn geheel geabsorbeerd werd door Clarence op 10 februari 1943, moet Lenaerts tussen februari en maart 1943 van de kaart verdwenen zijn. Een andere mogelijkheid is dat het F.R.B. eenvoudigweg niet tot haar einde kwam met de overstap van Wolff. Het beschikbare bronnenmateriaal lijkt deze hypothese weliswaar, zij het indirect, tegen te spreken. De sector van Wolff bevatte namelijk vrijwel uitsluitend verzetslieden die in de ‘secteur F.R.B.’ actief waren, en die zich ook op 10 februari hadden aangesloten bij de gelederen van Clarence.[8]
Eveneens de rollen die Lenaerts volgens de biografische nota en zijn IAAD-dossier vervulde, geven vorm aan hypotheses over de geografische reikwijdte van de ‘secteur F.R.B.’. Terwijl de eerste bron hier stelt dat hij zich zal opwerken tot sous-chef, of luitenant, binnen dé sector ‘F.R.B.’, vermeldt zijn IAD-dossier dat hij provinciale chef was voor de provincies Liège, Mons, en Limburg. Hier komt nog bij dat andere sectorgenoten zich dan weer ontfermden over de provincie Antwerpen.[9]