Na de oorlog, in de tijd van de unitaire Belgische partijen, zijn heel wat collaborateurs in Vlaanderen politiek gerecupereerd, vooral door de CVP. De Waalse katholieke vleugel PSC stond daar niet voor te springen?‘Neen, helemaal niet. VNV telde op haar hoogtepunt vijftigduizend potentiële kiezers. Na de oorlog zijn zowel Rex als het VNV verboden. Met de invoering van het vrouwenstemrecht kwamen daar nog een pak stemmen bij. Een deel binnen de CVP was de Vlaamse Beweging zeer genegen. Tussen 1945 en 1954 bestond er geen Vlaams-nationalistische partij. Met haar zogenaamde ‘Operatie Verruiming’ wou de CVP zich indekken tegen de aanvallen van het opnieuw opkomende Vlaams-nationalisme door zoveel mogelijk mensen te recupereren.
Merkt u vandaag een verschil in herdenking of de manier waarop we terugkijken op die periode?‘Deels wel. De beeldvorming ‘Vlaanderen-collaboratie’ bestaat nog altijd, maar is minder sterk aanwezig. Er is een evolutie sinds de uitzendingen van Maurice De Wilde begin jaren tachtig. Die werden uitzonderlijk door de RTBF uitgezonden. Ook in Vlaanderen is de evolutie duidelijk. Met de opeenvolgende staatshervormingen is een groot deel van de eisen van de Vlaamse Beweging realiteit geworden. Ook in de publicaties zien we een evolutie: denk aan Bruno De Wever over de VNV of Martin Conway over Rex. CegeSoma lanceerde de website
www.belgiumwwii.be om mythes te ontkrachten en meer zichtbaarheid te geven aan het onderzoek over verzet én collaboratie.’
Zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië weten jongeren vandaag amper iets over het verzet. Zie je daar een verschil tussen de landsdelen?‘Door de pedagogische vrijheid weten we nooit precies wat men in de klas onderwijst. Sommige leerkrachten besteden er veel aandacht aan, gaan met hun leerlingen naar Breendonk of naar de Territoires de la Mémoire. In het Waals Gewest heeft men na
de vijftigste verjaardag van de bevrijding in 1995 wel bepaalde structuren geïnstitutionaliseerd, onder ander Démocratie ou Barbarie, vandaag CiMéDé, een onderwijsnetwerk met focus op geschiedenis en herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, het verzet en de Joodse deportatie.
In het academiejaar 2024-2025 richtte het parlement van de Franse Gemeenschap in de context van de tachtigste verjaardag een prijskamp in rond het verzet. Verschillende scholen namen deel met video- en schrijfprojecten. Men is dus zeker actiever aan Franstalige kant, al is het zeer jammer dat men enkel in actie schiet bij een jubileum.
Algemeen merk ik wel dat de Tweede Wereldoorlog voor kinderen een oude geschiedenis is, zoals Napoleon. Ze tonen meer interesse in hedendaagse conflicten of in onze koloniale geschiedenis.’