Ondanks zijn succes bracht Guilini’s zwemcarrière weinig brood op de plank. Na hun huwelijk verkasten de zwemmer en de voetballersdochter naar Blankenberge, waar ze een hotel aan de dijk uitbaatten. Ze kregen vier kinderen: Nicole, Rita, Carlos en Régine, die kort na haar geboorte overleed aan wiegendood.
De Tweede Wereldoorlog haalde het leven van de familie overhoop. De kust veranderde tijdens de bezetting in een militaire zone; Blankenberge maakte deel uit van de Duitse Atlantikwall. “Jan is toen snel in het verzet terechtgekomen”, vertelt Carlos. Hij hielp regelmatig vluchtelingen de oversteek maken naar Engeland. Uiteindelijk kwam hij in contact met Guy Stinglhamber, een Belg die werkte voor de Britse SOE, die steun verleende aan het verzet in bezette gebieden. Stinglhamber moest het verzet aan de kust organiseren.
Samen met enkele kompanen vormde Guilini het Moujick-netwerk. Zijn schoonbroer Albert sloot zich aan en ook Aline, die haar gezin in eerste instantie niet in gevaar wilde brengen, sloot zich willens nillens aan. “Via een geheime zender stuurden ze informatie naar de Britten door over de bezetter”, vertelt Annick. Als er Duitse soldaten in het zwembad waren, noteerde Jan de nummers op hun uniform. Aan de hand daarvan wisten ze welke troepen gestationeerd waren.
Op 11 oktober 1941 redde Jan vijf Britse vliegeniers die voor de kust van Blankenberge waren neergestort. Vanaf dan kwam hij in het vizier van de bezetter. De Moujicks werden uiteindelijk verraden door Stinglhamber, die eerder in Brussel opgepakt en gemarteld werd. Guilini en zijn kompanen werden op 3 maart 1942 Nacht und Nebel uit hun bed gelicht en opgesloten in de Brugse gevangenis ’t Pandreitje. “Hij is nog kort kunnen ontsnappen door over een muur te klimmen, maar viel en bezeerde zich”, zegt Carlos. “Hij kwam terecht in een kloostertuin; moeder-overste heeft hem aangegeven.”