Meer dan 85 verzetsorganisatie in Molenbeek
In mei 1940 marcheren de Duitse soldaten Brussel binnen. Om hun opmars te stuiten, blazen de geallieerden de bruggen over het Kanaal van Willebroek op. Door de ontploffing van de brug aan de Vlaamsepoort (Porte de Flandres) raken verschillende appartementsgebouwen op slag onbewoonbaar. Dat is meteen het startschot van de vierjarige, harde bezetting van het multiculturele Sint-Jans Molenbeek.
In Molenbeek waren minstens 85 (!) verzetsorganisaties actief. Meer dan 60 verschillende sluikkranten telden Molenbeekse medewerkers. De vele Duitse, Italiaanse en Oostenrijkse antifascisten, Oost-Europese Joden en veteranen van de Spaanse Burgeroorlog hielpen de eerste verzetsorganisaties op te zetten. Tal van militairen sloten zich aan bij de plaatselijke afdeling van het Geheim Leger. De lokale bevolking kreeg het al snel moeilijk. Door de oorlog was de voedselvoorziening in elkaar gestort. In de Brusselse volkswijken werd voedsel schaars. Op 29 mei 1941 waaide het fenomeen van de vrouwelijke ‘aardappelprotesten’ over van Luik naar onder meer Brussel, Antwerpen en Gent. Om twee uur 's middags trok een compacte cohort Molenbeekse vrouwen en kinderen naar de Grote Zavel, waar de betogers zich verzamelden.
Ze waren doodstil. Hun vermoeide gezichten vastberaden. Ze droegen vlaggenstokken met wapperende zwarte doeken, als symbool van hun miserie. De betoging botste al snel op politieversperringen. De vrouwen werden teruggeslagen door de ordediensten en vluchtten naar de benedenstad. Weldra stormden duizenden mensen de straat op. Drie keer veegde de politie het plein rond de Beurs leeg, drie keer heroverden de betogers het. Diezelfde week vond er nog een protest plaats, op de markt tegenover het Molenbeekse gemeentehuis. De bevolking plunderde de lokale bakkerij. Het ‘aardappelprotest’ van de Molenbeekse
vrouwen en de daarmee gepaard gaande brooddiefstallen werden deels aangemoedigd door de Kommunistische Partij en haar sluikpers, die zich solidair probeerden op te stellen met de arbeidersklasse. Zij konden door het niet-aanvalspact tussen Hitler en Stalin immers nog niet voluit in het verzet treden, al deden meer rebelse partijleden dat stiekem wel.
In Molenbeek waren minstens 85 (!) verzetsorganisaties actief. Meer dan 60 verschillende sluikkranten telden Molenbeekse medewerkers. De vele Duitse, Italiaanse en Oostenrijkse antifascisten, Oost-Europese Joden en veteranen van de Spaanse Burgeroorlog hielpen de eerste verzetsorganisaties op te zetten. Tal van militairen sloten zich aan bij de plaatselijke afdeling van het Geheim Leger. De lokale bevolking kreeg het al snel moeilijk. Door de oorlog was de voedselvoorziening in elkaar gestort. In de Brusselse volkswijken werd voedsel schaars. Op 29 mei 1941 waaide het fenomeen van de vrouwelijke ‘aardappelprotesten’ over van Luik naar onder meer Brussel, Antwerpen en Gent. Om twee uur 's middags trok een compacte cohort Molenbeekse vrouwen en kinderen naar de Grote Zavel, waar de betogers zich verzamelden.
Ze waren doodstil. Hun vermoeide gezichten vastberaden. Ze droegen vlaggenstokken met wapperende zwarte doeken, als symbool van hun miserie. De betoging botste al snel op politieversperringen. De vrouwen werden teruggeslagen door de ordediensten en vluchtten naar de benedenstad. Weldra stormden duizenden mensen de straat op. Drie keer veegde de politie het plein rond de Beurs leeg, drie keer heroverden de betogers het. Diezelfde week vond er nog een protest plaats, op de markt tegenover het Molenbeekse gemeentehuis. De bevolking plunderde de lokale bakkerij. Het ‘aardappelprotest’ van de Molenbeekse
vrouwen en de daarmee gepaard gaande brooddiefstallen werden deels aangemoedigd door de Kommunistische Partij en haar sluikpers, die zich solidair probeerden op te stellen met de arbeidersklasse. Zij konden door het niet-aanvalspact tussen Hitler en Stalin immers nog niet voluit in het verzet treden, al deden meer rebelse partijleden dat stiekem wel.