'Le Faux Soir' en 'Breendonk': Hoe het verzet eindelijk zijn rechtmatige plaats krijgt

Er voltrekt zich een stille, maar historische verschuiving in het maatschappelijke zelfbeeld van Vlaanderen. Met de aanstormende internationale premières van de film Le Faux Soir (Michaël Roskam) en de prestigieuze serie Breendonk (coproductie VRT en Streamz) bereikt de geschiedenis van het Belgische verzet binnenkort een miljoenenpubliek. Eerder gebeurde dat al met de verfilming van het boek Wil van Jeroen Olyslaegers. Het is een tot voor kort ondenkbaar cultureel én maatschappelijk keerpunt: nooit eerder werd de strijd tegen het nazisme in onze contreien zo op de voorgrond geplaatst.

Door Dany Neudt - 03/10/2026
Helden van het verzet
Dat was in een niet zo ver verleden anders. Bijna driekwart eeuw lang leefde Vlaanderen met een merkwaardig onevenwicht in zijn herinneringscultuur, een spagaat die binnen een Europese context vrij uniek was. Decennialang werd de geschiedenis van de collaboratie opvallend vergoelijkend en soms zelfs verheerlijkend benaderd. Denk maar aan de vele straatnamen die tot diep in de 21ste eeuw de naam droegen van de antisemiet en overtuigd nationaalsocialist Cyriel Verschaeve. Ook alleen in Vlaanderen slaat de term 'repressie' uitsluitend op de naoorlogse bestraffing van collaborateurs en niet op de nazistische wreedheden tijdens de bezetting zelf.
Hoe valt deze eenzijdige herinneringscultuur te verklaren? Na de oorlog keek een belangrijk deel van de christendemocratie met begerige ogen naar de kiezers van de opgedoekte fascistische partijen VNV en Verdinaso. Hun electorale steun was nodig om een absolute meerderheid te behalen. Om deze achterban te winnen, nam conservatief Vlaanderen meer en meer het slachtofferdiscours van de veroordeelde collaborateurs over. Het was het begin van een hardnekkige en ondertussen al lang weerlegde politieke mythe: die van de idealistische Vlaamse collaborateur die om zijn naïviteit genadeloos werd gestraft door de vermaledijde Belgische staat.
De liberale en sociaaldemocratische rivalen – vooral die laatsten kwamen zelf niet onbesmet uit de oorlog – van de christendemocraten mikten op herstel van het vooroorlogse status quo. De grote verzetsorganisaties – waarvan sommige nauwe banden hadden met de communistische partij – mochten niet uitgroeien tot een politieke concurrent die kritiek kon leveren op de rol van de traditionele partijen bij de nederlaag tegen het nazisme. Aan Nederlandstalige zijde lieten ook zij de herinnering aan het verzet dus liever stilletjes in de achteruitkijkspiegel verdwijnen.
Buiten de krimpende kring van herinneringsverenigingen en enkele geïsoleerde academici werd de beeldvorming over het verzet al snel vrijwel unisono negatief of verdacht. De weerstanders zelf vormden geen verenigd front. Ze raakten verdeeld door politieke crises en waren getekend door de trauma's van de kampen en de stigma's van de Koude Oorlog. Zo raakte de herinnering aan het verzet in Vlaanderen ondergesneeuwd onder een deken van schroom, politieke kramp of simpelweg vergetelheid. Niet voor niets ontleedde wijlen Johan Anthierens in 1995 al haarscherp de diepe 'weerstand tegen het verzet'.
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.
Niet om het verleden te verheerlijken, maar om kritisch burgerschap en democratische weerbaarheid te versterken. – Dany Neudt
Vandaag zien we dat tij definitief keren, mede dankzij de opkomst van wat ik een nieuwe Vlaamse historische school zou durven noemen. Decennialang ontbrak het aan een brede maatschappelijke beweging die het verzet tegen de nazi's onbevooroordeeld in kaart bracht. Deze nieuwe generatie haalt de verhalen nu uit de ideologische doofpot. Door verstofte archieven te openen en zowel kwantitatief als micro-historisch onderzoek te verrichten, werpen zij een nieuw en verfrissend licht op ons oorlogsverleden.
Zo groeit er stilaan, met vallen en opstaan, een vruchtbare samenwerking. Academici en amateurhistorici leveren het archiefgebaseerde fundament; burgerinitiatieven zoals vzw Helden van het Verzet, de 8 Meicoalitie en lokale werkgroepen zorgen voor een brede maatschappelijke vertaalslag; leerkrachten en ouders maken het thema bekend bij de jeugd. Tegelijk is er steeds meer aandacht voor de cruciale rol van vrouwen, jongeren en migranten in het verzet. Pas wanneer al deze inzichten via Verzetscafés, schoolworkshops, struikelstenen en de herontdekking van vergeten verzetsmensen hun weg vinden naar de straat, worden deze talloze kleine geschiedenissen echt teruggegeven aan de samenleving.
Het belang van deze omwenteling valt niet te overschatten. Van de Limburgse en Kempische mijnwerkersstakingen, de Gentse bedrijfssabotages en het verzet bij de Antwerpse politie, tot Oost-Vlaamse vluchtlijnen van Comète, inlichtingennetwerken in West-Vlaanderen, het redden van Joodse kinderen en de partizanenstrijd in Vlaams-Brabant; van de overval op het 20ste treinkonvooi naar Auschwitz in Boortmeerbeek tot de Brusselse satire van Le Faux Soir: de nieuwe geschiedschrijving toont aan dat dit geen randverschijnselen waren. Het waren onverschrokken daden van burgerlijk, cultureel, sociaal en gewapend verzet.
In dat verzet vonden we communisten, liberalen, socialisten, katholieken, royalisten, patriotten en, jawel, ook Vlaams-nationalisten. Het waren spoorwegarbeiders, onderwijzeressen, fabrieksdirecteurs, huisvrouwen, priesters, studenten en landbouwers. Mensen met gezinnen, twijfels en angsten, die op een beslissend moment “nee” zeiden tegen tirannie en onderdrukking. Het opgraven van hun verhalen is dan ook veel meer dan louter historische correctie: het is een bouwsteen voor een democratische en weerbare cultuur vandaag.
Een democratie heeft nood aan een vrije pers en onafhankelijke rechters, maar evenzeer aan vrij onderzoek en weerbare burgers. Op dit exacte moment zien we autoritarisme, complotdenken en zondebokmechanismen wereldwijd opnieuw opgang maken, ook bij ons. De dynamieken erachter zijn tijdloos — net als de noodzaak van verzet. Juist daarom is het van groot belang dat Vlaanderen zijn verzetsgeschiedenis spiegelt aan ons huidige tijdsgewricht. 
Dat de verhalen van onze verzetshelden nu via grootschalige cultuurproducties ook de weg vinden naar filmzalen, televisieschermen en klaslokalen is geen eindpunt, maar een nieuw begin. Vlaanderen eist eindelijk de volle breedte van zijn oorlogsgeschiedenis op. Niet om het verleden te verheerlijken, maar om kritisch burgerschap en democratische weerbaarheid te versterken.
Dany Neudt, de auteur is oprichter en coördinator van vzw Helden van het Verzet
Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk bij Knack. 
Word steunend lid en houd de herinnering levend.
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent en onze jongeren democratisch weerbaarder worden. Dat kan alleen met jouw steun. Vanaf 5 euro per maand sta je samen met ons op voor verzet, democratie en mensenrechten. We ontvangen geen vaste overheidssubsidie; jouw bijdrage maakt het verschil.