De verzetskringen wisten dat de opgepakte Joden naar de Dossinkazerne in Mechelen werden gebracht en vandaar per trein naar Duitsland werden weggevoerd. Wat was de bestemming? Wat gebeurde er met deze gedeporteerden? Hardnekkige geruchten spraken over slachtpartijen in Oost-Europa.
Victor Martin, verzetsman bij het Onafhankelijkheidsfront, kreeg in oktober 1942 de opdracht voor een gevaarlijke missie: proberen meer te weten te komen. Na vele avonturen die hem naar Duitsland en vervolgens naar Polen brachten, keerde hij in maart 1943 terug met sluitend bewijs: de treinen die uit Mechelen vertrokken, eindigden in Auschwitz-Birkenau. De Joden die niet in staat waren om te werken, werden bij aankomst vergast.
Vanaf dat moment wist het JVC met grote zekerheid wat er op het spel stond. Iedere arrestatie kon een doodvonnis betekenen. Voor Andrée en haar collega's werd elke dag een race tegen de klok.
Ondanks de ernst van haar werk, vertelde Andrée later ook graag anekdotes. Zo zat ze ooit met een zesjarige jongen op de trein naar zijn schuilplaats. Een Duitse militair begon het kind aandachtig te bekijken. Bang dat hij zijn echte naam zou noemen of Jiddisch zou spreken, stopte Andrée hem snel een chokotoff in de mond. De soldaat zag af van een gesprek.
Tijdens een andere controle droeg ze een papiertje met het adres van een schuilplaats op zak. Toen ze werd tegengehouden, memoriseerde ze bliksemsnel het adres en slikte het papiertje door. Vanaf dat moment vertrouwde ze uitsluitend op haar geheugen. Honderden adressen kende ze uit het hoofd.
Toen haar collega
Ida Sterno werd gearresteerd en de Gestapo het appartement dat zij deelden doorzocht, moest Andrée zelf onderduiken. Ze verfde haar haar, veranderde van kapsel en gebruikte opvallende make-up. Haar eigen moeder herkende Andrée niet toen ze aanbelde. Alleen de gezondshond vloog enthousiast op haar af.