Meensel-Kiezegem: het litteken dat nooit verdwijnt

In België ontsnapte bijna niets aan de greep van de nazistische bezetting. In zowat elk dorp en elke gemeente zijn verhalen te vinden over verzet, angst en verraad. De bezetting liet diepe sporen na – soms zo ingrijpend dat ze tot vandaag voelbaar zijn. In deze rubriek laten we telkens een hedendaagse inwoner het oorlogsverleden van zijn of haar gemeente herontdekken. Want ook al overheerst tot op vandaag vaak een ongemakkelijke stilte: plekken zwijgen niet, als je maar goed luistert. Tom Devos over Meensel-Kiezegem.

Door Tom Devos - 18/02/2026
Helden van het verzet

Zondag 30 juli 1944

Collaboratiezoon Gaston Merckx ligt levenloos naast een hooibaal aan de rand van het dorp. Neergeschoten door de weerstand. Moeder Clementine eist wraak: “Hier zal 100 man voor sterven!” De Hagelandse gemeente Meensel-Kiezegem beleeft op dat moment haar vierde oorlogsjaar onder nazibezetting. De landing in Normandië brengt hoop, het lokale verzet neemt een actievere rol op: rantsoenzegels stelen, spoorlijnen opblazen en koolzaadvelden af branden. Meensel-Kiezegem ligt ook op de sluiproute voor neergestorte geallieerde piloten. De weerstand houdt de Canadese piloot Edward ‘Teddy’ Blenkinsop verscholen als Franstalig lief van een boerendochter.

Die zondag loopt het mis. Een trio van weerstanders, twee mannen en een vrouw, ontmoet Merckx aan de rand van het dorp. Een discussie mondt uit in getrokken revolvers. Het pistool van Merckx blokkeert, dat van de weerstander niet. Merckx overlijdt ter plaatse. Moeder Clementine, een vooraanstaande dame binnen het VNV (Vlaams Nationaal Verbond, de radicaal Vlaams-nationalistische partij die sympathiseerde met de nazibezetter), is uit op wraak.

100 Gijzelaars


In de dagen die volgen op de aanslag wordt het dorp tot twee keer toe omsingeld. Op 1 augustus is er een eerste gerichte actie tegen leden van het verzet. De zwarten (collaborateurs) zijn veel te weten gekomen over de werking van het lokale verzet via recente arrestaties van enkele witten (weerstanders) uit de buurt. Die dag worden drie inwoners in koelen bloede vermoord. August Craeninckx wordt neergeschoten op de kerkweg tegenover zijn hoeve. Oscar Beddegenoots en Petrus Vandermeeren, beiden verdacht van het verbergen van wapens en munitie, worden vermoord in het bos. Vijftien arrestanten worden per vrachtwagen overgebracht naar de gevangenis van Leuven.

Tien dagen later, op 11 augustus 1944, volgt een tweede razzia. Waar de eerste eerder een gerichte, kleinschalige actie was, is de tweede degelijk gecoördineerd. Robert Verbelen, hoofd van de Vlaamse SS, heeft de leiding. Het dorp wordt omsingeld door 450 leden van het Veiligheidskorps, de Zwarte Brigade, Vlaamse en Duitse SS’ers en soldaten van de Wehrmacht. Huis per huis gaan ze op zoek naar weerstanders of sympathisanten. De zusterschool dient als tribunaal. Na foltering wordt met willekeur over het lot van menig dorpeling beslist. Er wordt ook jacht gemaakt op de Canadese piloot. Via inlichtingen komen ze terecht bij boer Jules Schotsmans. Wanneer die weigert naar buiten te komen, steken ze zijn hoeve in brand. Jules komt om in de vlammen. Teddy, de piloot, wordt even later gevat in een naburige hoeve.

Die dag vallen ze ook binnen bij mijn overgrootvader Evrard Cauwbergs. Ze zijn eigenlijk op zoek naar zijn zonen Jules en Fille, die in het verzet zitten, maar die ondergedoken zijn bij tante nonneke in Overijse. Daarom nemen ze Evrard mee als pasmunt. Leona, mijn grootmoeder, ziet het als vierjarig meisje allemaal gebeuren. Zo belandt mijn overgrootvader, net als nog een tachtigtal andere arrestanten, in de gevangenis van Leuven. Op 15 augustus wordt hij samen met het merendeel van de gevangenen overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis in Brussel.

De zeven zwaarste verzetslui worden in Leuven gehouden voor verhoor, met als eindbestemming de galgen van Breendonk. Dit zou echter hun redding betekenen, want deze groep zou begin september door de geallieerden bevrijd worden en zo aan het noodlot ontsnappen.
'De bewaker antwoordde: 'Jij of hij, maar iemand gaat nu de oven in.''
Word steunend lid en geef onze werking vleugels
Onze werking krijgt geen vaste subsidie. We kunnen jouw financiële steun dus goed gebruiken! Word vandaag nog steunend lid! Je maakt een historisch onrecht ongedaan, ontvangt het Heldenmagazine, steunt onze projecten en maakt deel uit van een levendige community.

Gedeporteerd naar Neuengamme

Eind augustus wordt het de nazi’s in België warm onder de voeten. De geallieerden rukken op en de bevrijding is nakend. Men besluit nog zoveel mogelijk gevangenen te deporteren. Vanaf 27 augustus 1944 worden Evrard en de andere gearresteerde inwoners van Meensel-Kiezegem op beestenwagons geladen met bestemming Neuengamme bij Hamburg, in Noord-Duitsland. Het laatste konvooi wordt gesaboteerd door de machinist en de stoker, die zo 1.400 gevangenen weten te bevrijden. Op deze manier weten 13 dorpelingen te ontsnappen aan een zekere dood, onder hen de gearresteerde vrouwen en kinderen. Voor mijn overgrootvader en de 70 anderen zou de bevrijding te laat komen.

Dorpsonderwijzer Duerinckx slaagt er nog in een boodschap aan zijn vrouw uit de trein te gooien: “Beste vrienden, onderweg naar Duitsland, allen gezond. Bid voor snelle en goede thuisreis, Fernand”. In het concentratiekamp van Neuengamme wordt hij kaalgeschoren, verliest hij zijn kledij en zijn naam. Voortaan is hij een nummer: 45636. Hij moet werken in de kleiputten, anderen in de steenfabriek. Tijdens de harde winter van 1944-1945 zullen velen van hen omkomen door ontbering en ziektes. Mijn overgrootvader Evrard laat als eerste van de groep van Meensel Kiezegem het leven, op 7 november 1944. Op 62-jarige leeftijd was hij volledig onderkomen door de strenge winter. Men dacht dat hij dood was en bracht zijn lichaam naar het crematorium. Daar zag een gevangene dat hij nog leefde en maande de bewaker aan hem naar het revier te brengen. De bewaker antwoordde: "Jij of hij, maar iemand gaat nu de oven in.' 

Zijn as werd uitgestrooid in de groentetuin van de SS, als voedingsstof voor de planten. Andere inwoners van het dorp komen ook terecht in bijkampen, waar ze moeten werken in wapenfabrieken of op bouwwerven. In het voorjaar van 1945, wanneer de geallieerden eindelijk doorbreken, worden nog 14.000 gevangenen uit het hoofd- en de bijkampen op dodenmars gestuurd richting de baai van Lübeck. De helft van hen zou de mars overleven. 7.700 gevangenen worden op verschillende schepen geladen, met als doel ze in de Oostzee te laten verdrinken. Op 3 mei 1945 wordt het cruiseschip Cap Arcona door geallieerde bombardementen tot zinken gebracht. De enkele gevangenen die weten te ontsnappen, worden op het strand opgewacht door leden van de Hitlerjugend met machinegeweren. Slechts 450 gevangenen overleven de ramp. In totaal zouden er van de 71 dorpelingen slechts 8 weerkeren.

Repressie

Kort na de bevrijding waait een storm van vergelding over Vlaanderen, en zo ook door het dorp. Collaborateurs worden opgepakt, hun huizen geruïneerd. De familie Merckx komt voor een oorlogstribunaal in Leuven. De hele familie wordt veroordeeld, ook de jongste telg Ernest, die op het moment van de feiten maar 16 jaar was. Mijn overgrootmoeder Mathilde Schotsmans zit mee op de getuigenbank. De twee broers Merckx die actief deelnamen aan de razzia’s zijn ontsnapt en worden bij verstek veroordeeld. De familie zal in 1951 vervroegd vrijkomen door de amnestiewet. In het dorp zijn ze niet meer welkom. Robert Verbelen ontsnapt naar Oostenrijk, waar hij door een schijntribunaal wordt vrijgesproken. Hij gaat daarna werken voor de Amerikaanse inlichtingendiensten. De echte daders ontspringen de dans.
'Het dorp blijft leeg achter: vrouwen zonder man, kinderen zonder vader, moeders zonder zoon.'

Weduwen en wezen

In september 1944 wordt Meensel-Kiezegem bevrijd, maar de oorlog is niet voorbij. Het dorp blijft leeg achter: vrouwen zonder man, kinderen zonder vader, moeders zonder zoon. In het voorjaar van 1945 krijgen mijn overgrootmoeder Mathilde en mijn grootmoeder Leona het nieuws dat ze voortaan als weduwe en wees door het leven zullen moeten gaan. Klagen bij de buren heeft geen zin, daar leeft men in dezelfde situatie. De weduwen moeten vanaf dan het dorp recht houden en de taken van hun omgekomen mannen overnemen, de kinderen moeten versneld opgroeien. Meer dan 80 jaar na de feiten ging ik er tijdens interviews met oorlogswezen over in gesprek met mijn grootmoeder Leona. Zelfs zoveel jaren later komen de tranen haar in de ogen wanneer ze het verhaal vertelt.
Helden van het verzet
Eerste naslagwerken van de razzias van Meensel-Kiezegem.

Herdenken en herinneren

Het gedeelde trauma blijft lange tijd leidend in het dorp. Er worden twee oorlogskerkhoven opgericht, één per parochie. Kort na de oorlog beginnen de jaarlijkse plechtigheden ter nagedachtenis van de slachtoffers. Die herdenkingen gaan tot op heden elk jaar afwisselend door in Meensel en in Kiezegem, en mogen na 80 jaar als immaterieel erfgoed beschouwd worden.

In de jaren ’80 rijt journalist Maurice De Wildede oude wonden weer open in zijn documentaire Tijd der vergelding. De stilgezwegen trauma’s drijven boven en zetten de oorlogswezen aan tot activisme. Ze richten twee herdenkingsplekken op in het dorp, gaan op sporenonderzoek in Duitsland, plaatsen monumenten in voormalige concentratiekampen, schrijven boeken over de razzia’s en beginnen busreizen te organiseren naar Neuengamme.

Op deze manier dragen ze het verhaal en de bijbehorende trauma’s over op de volgende generatie. Zo ziet in 2019 Museum44 Meensel-Kiezegem het levenslicht, een gloednieuw museum over de razzia’s van augustus 1944, gerund door de derde en vierde generatie en sympathisanten. Meensel-Kiezegem wordt ook opgenomen als Venster in de Canon van Vlaanderen. Daarmee krijgt het dorpstrauma de erkenning die het vereist. Want als we het vergeten, gebeurt het opnieuw. Naar aanleiding van de 80e verjaring van de feiten nemen Oktaaf Duerinckx en ik het op ons om de verhalen van de oorlogswezen te bundelen

in een nieuw boek: 'Want als we het vergeten... Meensel-Kiezegem, 80 jaar later.' De getuigenis van mijn grootmoeder Leona wordt gebundeld met de vele andere verhalen van de oorlogswezen. Zelf heeft ze de boekvoorstelling niet meer gehaald: ze overleed drie weken eerder in hetzelfde huis waar haar papa 80 jaar daarvoor werd opgepakt. Haar verhaal, en dat van vele andere dierbaren, leeft verder in Museum44. Met een ploeg van meer dan 40 vrijwilligers houden we de herinnering elke dag opnieuw in stand. Want als we het vergeten...
Helden van het verzet
Artikel uit het Heldenmagazine
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het driemaandelijkse Heldenmagazine voor de leden van vzw Helden van het verzet. Enkele maanden na de verschijning van het magazine, plaatsen we een selectie aan artikels op de website. Wil je ons unieke Heldenmagazine boordevol informatie over het Belgische verzet en democratische weerbaarheid ook in je brievenbus ontvangen? Via deze link word je steunend lid en geef je onze werking vleugels.