Vergeten ... nooit

April 1944. Voor de elfjarige André Feron betekent die maand het begin van een onomkeerbare breuk: het laatste afscheid van zijn vader, Camille Feron. Wanneer Camille na zijn arrestatie verdwijnt in het nazisysteem, blijft zijn verhaal achter in stilte. Jaren later reconstrueert zijn zoon die ontbrekende maanden, op zoek naar wat nooit werd verteld.

Door André Feron - 05/06/2026
Helden van het verzet
April 1944, het vierde jaar van de Duitse bezetting. De oorlog heeft België tot dan toe, en meer bepaald Hasselt waar wij wonen, maar weinig materiële schade berokkend. Ons gezin – vader, moeder, mijn zusje en ik – leeft er, ondanks de schaarste van die jaren, als in een veilig, warm en hecht nest.
Maar plots verandert alles.
Ik ben André Feron, zoon van Camille Feron en Blanche De Laet. Hierna kunnen jullie het relaas lezen van mijn vader, die hoofdingenieur Spoor was bij de NMBS in Hasselt. Ik bewaar bijzonder warme herinneringen aan hem. In zijn huwelijk met mijn moeder was hij een voorbeeld van rust en wederzijds respect. Nooit maakten zij openlijk ruzie in ons bijzijn; en hoewel hij streng kon zijn, werden wij als kinderen nooit hardhandig gestraft. Op die manier leerde hij ons wat echte verbondenheid en respect binnen een gezin betekenen.
‘Die dag snijdt mijn leven in twee stukken: een mét vader en een zonder vader’ – André Feron
Hij leerde ons ook een diep respect voor de overtuigingen van anderen. Hoewel hij zelf niet praktiserend was, vond hij het toch belangrijk dat zijn kinderen godsdienstonderricht volgden. Voor hem stond verdraagzaamheid vanuit een brede visie centraal: ieder mens had het recht zijn eigen levensbeschouwing te volgen.
Zijn gevoel voor vaderlandsliefde was eveneens sterk aanwezig. België was voor hem één geheel — niet verdeeld in Vlaanderen of Wallonië. Hij vertelde vaak over zijn jeugd tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij met zijn gezin in Frankrijk woonde, waar zijn vader als foerier aan het front diende. Die verhalen brachten de geschiedenis voor ons tot leven.
Want geschiedenis was voor hem geen droge leerstof. Hij vulde onze schoolboeken aan met zijn eigen kennis en herinneringen, en maakte ons duidelijk hoe belangrijk het is om lessen te trekken uit het verleden. “Veel onrecht komt namelijk voort uit onwetendheid”, zei hij.
Helden van het verzet
Familiefoto van het gezin Feron - De Laet
Van jongs af aan leerde hij mij wilskracht en uithoudingsvermogen. Al vanaf mijn derde moedigde hij me aan om met mijn fietsje verder te rijden dan enkel het hoekje om, en op vijfjarige leeftijd leerde hij mij zwemmen. Hij geloofde dat je lichaam en geest moet trainen en dat je grenzen kan verleggen door vol te houden.
Hij geloofde sterk dat hard werk de lasten van het leven verlichten. Tegelijk vond hij kracht in menselijke verbondenheid: in oprechte vriendschap en in liefde, die volgens hem enkel mogelijk zijn voor wie zich echt durft open te stellen. In mijn herinnering leeft hij voort als een man die warme banden onderhield met vrienden en met mensen die hem even nabij waren als familie. De toewijding aan zijn gezin was voor hem het allerbelangrijkste.
Tijdens onze avondwandelingen keken we samen naar de sterren. Voor hem was “de sterren zien” een symbool van hoop en toekomstgerichtheid: het verlangen om vooruit te blijven gaan, ondanks de moeilijkheden die ieder mens in zijn leven tegenkomt. Heb je het zwaar, dan hoef je volgens hem maar één ding te doen: naar boven kijken, de moed bijeenrapen en weer vooruitgaan.
Op zoek naar meer leesvoer?
Ben je op zoek naar meer boeiend leesvoer over het buitengewone verzet van gewone mensen tijdens WOII?
Ik heb dus het geluk gehad om samen met mijn jongere zus Renée in een heel warm en veilig nest te kunnen opgroeien. Tot...
...april 1944. In de Paasweek worden de NMBS-installaties verschillende dagen gebombardeerd door de geallieerden. Vader aarzelt geen seconde: zijn gezin moet weg, naar het veilige Waalse platteland. Ik ben elf jaar. Vader brengt ons naar het perron van Landen. Onze trein vertrekt richting Hannuit. Vader wuift. Een hand die langzaam kleiner wordt, een silhouet dat vervaagt en dan oplost aan de horizon. Die dag snijdt mijn leven in twee stukken — een mét een vader en een zonder vader — want ik zal hem nooit meer terugzien.
Enkele dagen later, in de nacht van 19 op 20 april, wordt hij thuis opgepakt door de Duitse en Vlaamse Gestapo. Een half jaar eerder hadden mijn ouders vier Russische krijgsgevangenen onderdak geboden. Zij waren ontsnapt uit de koolmijn van Beringen en probeerden de partizanen in de Ardennen te bereiken. Tijdens een razzia werd een van hen, Ephime Kouriloff, opgepakt en onder foltering gedwongen te verklaren van wie hij hulp had gekregen. Ephime wordt een paar weken later geëxecuteerd.
Helden van het verzet
De woning in Hasselt waar Camille Feron gearresteerd werd
Mijn vader verblijft een tijd in de gevangenis van Hasselt. Hij slaagt er bij de ondervragingen in om de volle verantwoordelijkheid op zich te nemen, zodat moeder godzijdank vrijgepleit en met rust gelaten wordt. Wat een geluk dat we ons ten tijde van de arrestatie in Hannuit bevonden.
Moeder wordt uiteindelijk ondervraagd door een officier van de Gestapo, die ingenieur-architect is, en mag van hem vader een bezoek brengen. Zo brengen ze kostbare momenten samen door, vol liefde, bezorgdheid en hoop. Ze praten over ons, de kinderen, over hoe we ondanks de tegenslag ons leven moeten voortzetten. Moeder schenkt vader een klein medaillon van Don Bosco als teken van bescherming en verbondenheid. Het bezoek geeft vader kracht en troost, maar maakt het afscheid des te zwaarder. Beiden beseffen hoe belangrijk kleine gebaren, liefde en herinneringen zijn om mentaal in onmenselijke omstandigheden overeind te blijven.
Op D-Day, 6 juni, wordt vader op transport gezet naar Opper-Silezië. Via een NMBS-medewerker weet hij ons nog in het geheim een bericht te bezorgen, waarin hij meldt dat hij naar Duitsland wordt weggevoerd:
“Onnodig te zeggen dat de moraal, de gezondheid, het geduld en de moed in topvorm zijn en dat ik er alles aan zal doen om met de minst mogelijke schade terug te keren. Ik durf erop te wedden dat het binnen enkele weken voorbij zal zijn. Ik denk dan ook dat ze het niet meer nodig vinden om ons te veroordelen, maar dat ze ons tot het einde willen vasthouden. Ik denk de hele dag aan jullie, mijn drie lieve schatten, en nog meer aan jou, mijn liefste Blanco, wanneer ik naar de talisman kijk die je me gegeven hebt. In afwachting van een echte omhelzing aan het einde van het jaar, een heel stevige knuffel via deze weg.
Camille Papa”
Het zijn zijn laatste woorden aan ons. Daarna horen we niets meer van hem; een lot dat we delen met de families van de Nacht-und-Nebelgevangenen.
In mei 1945 wordt de wapenstilstand ondertekend. Wij zijn ervan overtuigd dat vader snel zal terugkeren. Was hij niet altijd het toonbeeld van moed en vastberadenheid? In moeilijke momenten zal hij ongetwijfeld naar de sterren hebben gekeken — dezelfde sterren waar ik sinds zijn arrestatie zo vaak naar heb gekeken, om de moed niet te verliezen.
Maar stilaan sijpelt het nieuws binnen over het lot van de verzetslieden die naar Duitsland zijn weggevoerd. Wanneer Buchenwald wordt bevrijd, getuigt professor André Simonart — hoogleraar geneeskunde aan de KUL en UCL, en zelf ternauwernood aan de dood ontsnapt — via de radio dat slechts een handvol gevangenen het kamp heeft overleefd. Onze hoop begint te wankelen.
Niet veel later volgt de harde bevestiging: vader is al zes maanden eerder gestorven. René Minten, zijn vriend, collega en medegevangene die de kampen wél heeft overleefd, neemt de zware taak op zich om ons het droevige nieuws te brengen.
Helden van het verzet
De gevangenis van Gross-Strehlitz
Zo vernemen we dat hij tot eind oktober in het tuchthuis van Gross-Strehlitz een cel deelde met twee anderen. Op 30 oktober wordt hij, samen met ongeveer duizend Belgen, Fransen en Nederlanders, op transport gezet naar het Nacht-und-Nebelconcentratiekamp Gross-Rosen. Daar overleeft hij nog een aanval van dysenterie, maar zijn uitgeputte lichaam houdt het niet vol. Op 3 december 1944 bezwijkt hij, samen met vele anderen, aan tyfus.
Voor ons volgen moeilijke jaren. Ons warme nest voelt leeg. Ons ooit zo hechte gezin valt noodgedwongen uiteen. Moeder en zus keren terug naar Hasselt, terwijl ik zes jaar op internaat mijn middelbare studies afwerk. De wet laat niet toe dat ik van taalrol verander; het Frans blijft voortaan mijn literaire voertaal. Ik zoek. Ik twijfel. Vader laat een grote leegte na.
Eén gedachte blijft mij achtervolgen: ik heb nooit afscheid van vader kunnen nemen. Zo bezoekt hij mij vaak in mijn dromen — altijd zoals op die laatste dag op het perron: glimlachend, gezond. En telkens volgt dezelfde pijnlijke ontgoocheling bij het ontwaken. Maar er is ook een andere vraag die me niet loslaat: wat heeft hij moeten doorstaan tijdens die negen maanden gevangenschap? We weten het niet, want hij heeft ons nooit kunnen schrijven.
Langzaam rijpt in mij een besluit. Ik moet op zoek naar mensen die zijn lot hebben gedeeld — getuigen die hem hebben gekend, met hem gevangen hebben gezeten, dezelfde weg hebben afgelegd. Ik wil een boek over hem schrijven. Op basis van hun herinneringen wil ik een dagboek reconstrueren: een verhaal dat klinkt alsof hij zelf aan het woord is, maar door mij neergeschreven.
Zo hoeft hij die tocht naar de hel niet langer alleen te maken. Zo blijft hij niet enkel voortleven in onze herinnering, maar ook in die van zijn kinderen en kleinkinderen — als een blijvend voorbeeld van moed, trouw en morele kracht.
In de jaren zestig en zeventig kom ik in contact met talloze verzetsstrijders die hem tijdens zijn gevangenschap hebben gekend of een gelijkaardig lot hebben ondergaan. Hun getuigenissen zijn goud waard. Na jarenlang onderzoek verschijnt in 1983 de Franstalige versie van mijn boek: Je ne puis oublier. Het is mijn eerste poging om zijn lijdensweg — maar evenzeer zijn waardigheid en zijn onverzettelijkheid — een blijvende plek te geven in het collectieve geheugen.
'Eén gedachte blijft mij achtervolgen: ik heb nooit afscheid van vader kunnen nemen.' – André Feron
Het voorwoord is van professor geschiedenis aan de ULG Léon-Ernest Halkin, medegevangene in Gross-Rosen. Hij heeft zijn eigen concentratiekampervaringen in 1947, dus vrij snel na de bevrijding, neergeschreven in het boek À l’ombre de la mort. Hij heeft mijn vader in Gross-Rosen nog persoonlijk gekend. Professor Halkin heeft me van in het begin vaderlijk aangemoedigd en actief gesteund om mijn boek te schrijven.
Een paar jaar geleden kreeg het een nieuwe, diepere betekenis. Als ontroerend bewijs dat zijn herinnering ook mijn kinderen heeft geraakt, hielpen zij mij het boek te vertalen in het Nederlands, te herwerken, te voorzien van talloze kostbare foto’s en bij uitgeverij Skribis opnieuw uit te geven onder de titel Vergeten... nooit. Zijn verhaal werd opnieuw geboren en gedeeld, en nu ook door de kleinkinderen gelezen, die meer in de taal van Shakespeare dan in de taal van Molière zijn opgegroeid.
Jarenlang was het verlies van mijn vader een open wonde voor mij. Nu begrijp ik dat het schrijven van het boek mij de nodige veerkracht heeft gegeven om deze wonde stilaan te helen. Door het boek in de eerste persoon te schrijven heb ik als het ware tijdens het schrijven de tocht door de hel samen met mijn vader meegemaakt en hem begeleid tot aan zijn dood. Ik kon precies vertellen wat hij niet meer heeft gekund.
Naast het verhaal van mijn vader ademt het boek ook de universele waarden en normen die hij geleefd heeft en die hij ons heeft meegegeven: het diepmenselijke humanisme van Spinoza. De centrale boodschap van het boek is er een van liefde: liefde van een vader voor zijn gezin, liefde van een zoon voor zijn vader, waarin ieder zichzelf wegcijfert voor de ander.
Ik heb mijn vader veel te kort gekend, maar toch lang genoeg om dankzij hem de basis te kunnen leggen van een zinvol en gelukkig leven: respect, verdraagzaamheid en de moed en het doorzettingsvermogen om die in de praktijk te brengen. We kunnen niet iedereen helpen, maar iedereen kan iemand helpen. In normale omstandigheden vraagt dit kleine offers, maar in uitzonderlijke omstandigheden, zoals een conflict of oorlog, kan dit extreme offers vragen — een extreem offer dat mijn vader, en met hem zovele anderen, gebracht hebben. Een boodschap die helaas meer dan ooit actueel is.
Artikel uit het Heldenmagazine
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het driemaandelijkse Heldenmagazine voor de leden van vzw Helden van het verzet. Enkele maanden na de verschijning van het magazine, plaatsen we een selectie aan artikels op de website. Wil je ons unieke Heldenmagazine boordevol informatie over het Belgische verzet en democratische weerbaarheid ook in je brievenbus ontvangen? Via deze link word je steunend lid en geef je onze werking vleugels.
Word steunend lid en geef onze werking vleugels
Samen zorgen we dat elke Belg tegen 2030 een verzetsheld kent. Maar dat kan alleen met jouw steun. Je bijdrage maakt het verschil: je zet een historisch onrecht recht, ontvangt het Heldenmagazine en wordt deel van een sterke community.